|
De
oudste vermelding
De dorpskeuren van Veghel van
1649 bevatten de bepaling: 'Item dat
nuyemant op den ouden kerckhoff op die Hoge Boect gelegen met synnen
beesten off peerden wegen off tuyeren en sal, op een Boschpont,
ende daer sal alleman aff
mogen beceuren' (Keuren en Breuken der gemeente Veghel art. 91,
1649).
Kennelijk was het Oude Kerkhof niet meer in
gebruik, maar wel een plaats die gerespecteerd diende te worden.
Het was kennelijk een in onbruik geraakte Christelijke
begraafplaats.
De tot dusver oudste gevonden vermelding
dateert uit 1520: uit lant ter plaetse genaemt aen den alden
kerkhof (Archief van het Groot Zieken Gasthuis, regest nr. 3244)
De
laatste vermelding
Verhees tekende het Oude
Kerkhof nog op zijn kaart uit 1806. Op de kadasterkaart van 1832
en de topografische kaart van 1838-1857 staat het Oude Kerkhof
niet meer aangegeven. Het is kennelijk tussen 1806 en 1832
verdwenen. Het volgende kaartje is een fragment van de kaart van Verhees uit
1806.

Waar het Oude Kerkhof zich bevond
Van perceel nr. 2,3 en 4 wordt geschreven dat deze grensden aan
het Oude Kerkhof. Deze locatie wordt bevestigd door de
projectie van de kaart van De Geus op de kadasterkaart van 1832.
De kaart van De Geus is getekend in verband met de
waterhuishouding van de rivier de Aa. De nauwkeurigheid van de
Aa van het verloop van de Aa zal goed zijn, en die van het
verloop van de wegen en plaats van de huizen wat minder
nauwkeurig. De perceelsgrenzen werden willekeurig getekend.
Desalniettemin komt de plaats goed overeen met de gegevens uit
de geschreven bronnen.

En als we inzoomen:

Het aardige van deze projectie is dat we nu ook een beeld
krijgen van de vorm en omvang van het Oude Kekhof. Op
onderstaande kaart is de locatie van het oude kerkhof
geprojecteert op een moderne topografische kaart. Daaruit blijkt
dat het terrein inmiddels verstoord is bij de bouw van de huizen
aan het Scheifelaar in de jaren negentig.
Een oude grafheuvel
De ronde vorm
doet denken aan een pre-historische grafheuvel. Een aangrenzend
perceel wordt in de veertiende eeuw
"Die Tomme Acker"
genoemd, later geëvolueerd
naar Domacker.
Beijers en Van
Bussel schrijven in hun boek over de middeleeuwse toponiemen in
Peelland:
Tom, tommel, tombe worden beschouwd als
afleidingen van het lat. tumulus of tumba, een benaming voor
oude grafheuvels of begraafplaatsen. Tommel is dan een
diminutiefvorm, gevormd door het el-suffix. Archeologische
vondsten die de toponymische gegevens m.b.t. tommel kunnen
ondersteunen zijn gevonden onder Baarle Hertog, waar twee
grafheuvels lagen op Groot Tommel en twee op Klein Tommel. In
dit verband wijzen we ook op het bijna aangrenzende toponiem
De Bult.
Mogelijk lag de grafheuvel niet alleen.
Het lijkt er dus op dat in Veghel een pre-historische grafheuvel
werd hergebruikt als Christelijke begraafplaats. Deze gedachte
wordt verder ondersteund door nog
andere aanwijzigingen dat de eerste kerk in de buurt van het
Oude Kerkhof gestaan heeft.
Archeologische ondersteuning
Eind jaren
negentig, bij de bouw van het Scheifelaar, werden
door Sjaan van Dijk en Johanna van Boxmeer van de heemkundekring
Vehchele urnen gevonden op of nabij de plaats van het Oude
Kerkhof. Urnen werden gebruikt om de as en verbrandingsresten
van de doden in te verzamelen en te begraven.

In 2008 werd door Bilan een
proefsleuvenonderzoek verricht op het terrein nabij het Oude
Kerkhof. proefsleuf 35 bevond zich daar het meest dicht in de
buurt.

Het verslag van dit onderzoek
vermeldt: In het meest noordwestelijke deel van het plangebied
(in werkput 35) werd een ondiepe kuil aangetroffen die
aardewerkscherven en verbrand bot bevatte. De scherven betreffen
een urn waarvan het grootste deel al in de bovengrond was
opgenomen en slechts de onderzijde was geconserveerd. Deze urn
werd aan de rand van het plangebied aangetroffen in een zone die
verder grotendeels verstoord was.
Een hypothese
Ik
stel het volgende hypothetische scenario voor:
1. In
de ijzertijd en de romeinse tijd bevond zich op de plaats van
het Oude Kerkhof een grafheuvel of grafveld. Vlakbij zijn bij
het Oude Kerkhof bewoningssporen en urnen gevonden uit de
ijzertijd en Romeinse tijd. Later lag die grafheuvel enigszins
ongebruikelijk midden in de akkers, maar in die tijd was het een
terrein met sterke reliefverschillen, zo blijkt uit een
opgraving daar niet ver vandaan in 2010. Op de kadasterkaart van
1832 staan nog een aantal laagtes en vennen getekend. Pal ten
westen van het Oude Kerhof bevond zich ook zo'n water. Dat wijst
op de mogelijkheid dat het oude kerkhof zich op een
terreinverhoging bevond, ontstaan door zand dat eerder uit de
plaats van dat latere ven waaide. Iets verder naar het zuiden
vinden we toponiemen als Schuifelberg en Cluitert, die wijzen op
bedekking met veen, wat ook bevestigt wordt door de dunne
esdekken daar. In zo'n landschap waar binnen een straal van 100
meter vennen, bossen, veen enz. voorkomt, kun je een grafheuvel
(of -heuvels) overal verwachten.
Volgens Karel Leenders
waren werden grote grafheuvels vooral in de vroege ijzertijd
aangelegd (500-700 voor Christus) en zouden de vondsten in
Veghel volgens Archis vooral uit de late ijzertijd dateren. In de
late ijzertijd tot aan
de Romeinse tijd werd er wel in urnen begraven maar werden grote
grafheuvels niet (of in mindere mate) aangelegd. Het denkt dat
de tumulus daarna pas aangelegd werd, in de Romeinse tijd.
2.
Na het instorten van het Romeinse Rijk in de vierde eeuw
verdween de bevolking. Er zijn daar in de buurt bewoningssporen
aangetroffen tot in de derde eeuw.
3. In de zevende of
achtste eeuw werd het gebied weer bewoond. Er zijn
bewoningssporen gevonden vanaf de achtste eeuw. Dit waren nog
geen Christenen, maar lieden met religeuze opvattingen die
verwant waren met die van de vorige bewoners. In elk geval
hebben ze de grafheuvels herkend, en minstens een ervan
gerespecteerd en niet afgegraven. De veldnaam Tommelakker
verwijst naar de grafheuvel en kan uit die tijd dateren. Volgens
Theuws (De archeologie van de Brabantse Akkers, 62-64)
begroef men de doden in die periode in een centraal grafveld. De
nieuwkomers wisten dat de grafheuvel eertijds gebruikt werd om
doden te graven, en omdat ze verwante religieuze opvattingen
hadden, begroeven zij hun doden ook op deze voor hen heilige
plaats.
4. Wat later, zeg negende of tiende eeuw, werd
er door een lokale potentaat een kerk gebouwd. Hij was bekeerd
en gecharmeerd door het Christendom, en zijn horigen - als hij
die had - zullen dit geloof ook wel opgelegd hebben gekregen.
Maar dat Christendom was voor de meeste mensen een dun laagje.
Oude gebruiken (door de Christenen nu heidens genoemd) bleven
bestaan, en ook de lieden waarover die kerkbouwer geen macht
had, bleven hun voorvaderlijke cultuur en geloof respecteren. Er
werd nog steeds begraven op de oude grafheuvel.
5. Het
Christendom won geleidelijk aan terrein. De heidense
begraafplaats werd geleidelijk en ongemerkt een Christelijk
kerkhof. Ik denk dat dit een haast onopgemerkte overgang is
geweest, een proces dat zch over meer dan een eeuw uitstrekte.
Ik geloof niet dat er op een gegeven moment een pastoor met een
wijwaterkwast langs kwam om de plaats als kerkhof in te zegenen.
Maar wie weet is dat op een gegeven moment wel gebeurd?
6. In de elfde en twaalfde eeuw nam de bevolking sterk toe.
Er werd een nieuwe kerk gebouwd, wat verder noordelijk. Er is
een vermelding uit de late middeleeuwen van nog een ander
kerkhof bij het molenhuis. Dat zou op de Bolken kunnen liggen,
een ander groot oud akkercomplex in Veghel. Er kunnen in Veghel
dus meerdere domeinkerkjes hebben gestaan. Rond 1175-1250 kwamen
horigen vrij en het aantal vrije boeren nam toe. Er was tevens
een overgang van domeinkerkjes van heren naar een parochiekerk
beheerd door de parochianen. De kerkverplaatsing in Veghel zou
met deze overgang samen kunnen hangen.
7. Het oude
kerkhof raakte daarna in onbruik, maar bleef wel een heilige
plaats. Zo was het ten strengste verboden er vee te laten grazen.
Dit scenario hoeft niet (helemaal) te kloppen. Het brengt wel
alle bekende gegevens in een samenhangend verband. Door
discussie, studie en verder onderzoek kan het bijgesteld of
misschien zelfs helemaal omgegooid worden.
Martien van Asseldonk |