|
Op 21 januari 1632 tekenden de schepenen van
Veghel op dat Rut Jan Willems van der Hagen aan Willem Thomas en
Peter Henrick Huijben “als cappelmeesters van Sinte Anthonis
ende Sinte Bastiaens cappel, staende in het Dorshout” had
verkocht, “seeckere eijcken boemen ende wilgen over den
varenwech naest de cappelle suijdwaerts met de poterije, tot
reparatie van de voorscreven cappelle.” (R45, fol. 97v)
Hieruit
blijkt dat er in 1632 op het Dorshout een kapel stond, toegewijd
aan Sint-Anthonius en Sint-Sebastiaan.
Ouderdom
Hoe oud was deze
kapel? In de registers van het bosdom Luik van 1520 wordt de
Sint-Anthonius-kapel in Veghel aan het Havelt al wel genoemd,
maar de Dorshoutse kapel nog niet. De
kapel dateert dus van na 1520.
Op 17-10-1624 is er sprake
van een akker genoemd "Den Cloot", gelegen "ontrent St. Anthonis
Huijsken, oft nieu capelleke in de Dorshoutsche thiende. (Deze
akker lag ten in het deel
Hoogeinde,
perceel nrs. 14-15 en 20-21.) Uit de benaming "nieuw capelleke"
blijkt dat de kapel in 1624 nog niet heel oud was.
In zijn boek
over de geschiedenis van het bosdom Den Bosch vermeldt Schutjens
een geschil uit 1618 (Schutjes, 784). De inwoners van het Havelt
en het Dorshout zaten elkaar in de haren over de vraag in welke
kapel jaarlijks op Sint-Anthoniusdag de H. Mis gelezen mocht
worden. Bisschop Zoësius deed op 26 juni 1618 uitspraak. De Mis
op Sint-Anthoniusdag zou voortaan in de Haveltse kapel gelezen
worden (vermoedelijk was dat al van oudsher zo), terwijl er in
de Dorshoutse kapel voortaan jaarlijks een H. Mis op
Sint-Sebastiaansdag gelezen zal worden.
Aangezien de Dorhoutse kapel twee patroonheiligen had, lijkt me
dat een elegante oplossing.
Oudere berichten ontbreken tot dusver. In het cijnsboek van de
heer van Helmond komt nog wel een beschrijving voor van: "Huijs
ende hoff op Groennendael by St. Anthonis Capelle" (Hm-179),
maar deze omschrijving is niet nauwkeuriger met zekerheid te
dateren dan 1599-1642. De Dorshoutse kapel werd dus in de
periode 1520-1618 gebouwd en vermoedelijk niet lang voor 1618.
Locatie
In
zijn boekje over de Veghelse Schuttersgilden verwijst Wim
Cornelissen naar W. Knippenberg die in Brabants Heem in 1958 over de Dorshoutse Kapel
schreef: “De kapel van Dorshout heeft vermoedelijk gelegen op de
plaats waar een huis C 28 in 1774 is gebouwd. Dit huis heeft een
kelder met dikke muren en ook vóór het huis liggen dikke
fundamenten.” Uit deze omschrijving blijkt dat Knippenberg ter
plaatse is wezen kijken. Uit niets blijkt dat Knippenberg
archiefonderzoek naar de Dorshoutse kapel deed.
Uit bijbehorende
kaartje van Cornelissen blijkt dat het om de voormalige
Kruisbroeders Hoeve ging, gelegen in het Achterste Dorshout.
(Zie kaart.) De bronnen vermelden inderdaad dat dit huis een
kelder had. C 28 zal het toenmalige huisnummer geweest zijn (uit
1958) en
ik vermoed dat hij aan het bouwjaar 1774 komt vanwege
muurankers. Het zal dan om herbouw of verbouw gegaan zijn. De
Kruisbroeders kochten hier in Veghel landerijen aan vanaf de tweede
helft van de vijftiende eeuw, en minstens vanaf die tijd zal er
ook een hoeve gestaan hebben.
Het gaat hier niet om de
Dorshoutse kapel, merkte ik in een artikeltje in het Veghelse
heemkundeblad in 1990 op. Op basis van mijn onderzoek en op
basis van een heel globaal kaartje van de Rooise koster Adriaen Brock
(1825) lokaliseerde ik de kapel ergens bij de haven, op een van
de met een ster aangegeven plaatsen.
Koster Brock schreef omstreeks 1825: "Hier lag voorheen een
kapel aan St. Sebastiaan toegwyd, waar van de standplaats nog
kennelyk is."
Die
globale locatie wordt bevestigd door de kaart van Hendrik
Verhees uit 1806, dat ik pas later onder ogen kreeg. Hendrik Verhees tekende op de kaart van
1806 nauwkeurig het verloop van de Aa. De rest is minder
nauwkeurig aangegeven. We mogen wel aannemen dat Verhees de kapel min of meer op de correcte plaats tekende, want er zijn aanvullende
gegevens die deze locatie ondersteunen. In onderstaande tabel
zijn een antal vermeldingen gegeven. Op de tekening zijn
de plaatsen met eens tip weergegeven (rood is
de plek op de kaart van Verhees.)
|
Locatie |
Datum |
Omschrijving |
|
Oliemolen nr. 10 en 12 |
1599-1642 |
by St. Anthonis Capelle |
|
Hoogeinde 14-15 en 20-21 |
1624 |
ontrent S. Anthonis huijsken oft nieu capelle, in de
Dorshoutsche thiende |
|
Oliemolen nr. 24 |
1694 |
omtrent de capelle ter plaetsen aen de Hoogeijnde |
|
Oliemolen nr. 27 |
1701 |
aen de capel |
|
Oliemolen nr. 18 |
1704 |
ontrent de capelle |
|
Oliemolen nr. 8 |
1706 |
ontrent de capelle |
|
Hoogeinde nr. 9 |
1716 |
over de Brugge aen de capel |
|
Oliemolen nr. 25 |
1719 |
aen de Hoogeijnde ontrent de Capelhoff |
|
Oliemolen nr. 26a |
1769 |
naast de kercke (voorbehoud, misschien wordt de
parochiekerk bedoeld) |

Op de kadasterkaart van 1832 is van de kapel geen vermelding
meer. Vermoedelijk is de kapel in onbruik geraakt nadat alle
Rooms Katholieke kerkelijke goederen in 1648 door de overheid
geconfisqueerd werden. De laatste door ons gevonden vermelding
dateert uit 1769. De standplaats van de kapel was volgens Brock
in 1825 nog te zien. Hendrik Verhees is in of kort voor 1806 ter
plaatse bezig geweest met het opmeten van de Aa en zal zijn
plaatsing van de kapel wel gebasseerd hebben op de aanwezige
restanten.
.
De
conclusie is dat de kapel ergens in het gebied van perceel nrs.
27 tot en met 30 lag. De kapel zal niet op perceel nr. 27
gestaan hebben, want dat perceel lijkt in 1764 al de omvang
gehad te hebben die het op de kadasterkaart van 1832 al heeft,
afgezien van een uitgifte uit 1793 in de linkerbovenhoek.
Blijven over perceel nrs. 28, 29 en 30. Dat komt ook overeen met
de kaart van Verhees. Die tekent de kapel aan de linkerzijde van
de driehoek. Perceel nr. 30 komt het meest in aanmerking als
locatie van de kapel. Een reden is de onregelmatige
perceelsvorm. Daar kunnen meerdere redenen voor zijn, maar de
kapel is een van die redenen. Verder zijn perceel 28 en 29 zijn
in 1794 van de gemeente uitgegeven. Van perceel nr. 30 is geen
uitgifte bekend. Dit perceel was rond 1800 in dezelfde hand als
perceel 10.
Perceel 10 (tegenover perceel nr. 30 gelegen) werd in 1655 uitgebreid met een perceel gekocht van
de gemeente, dat ongeveer even groot was als perceel 30. Onder
wat voorbehoud nemen we aan dat perceel 30 in 1655 verkocht
werd, nadat de kapel gesloten was. Het voorbehoud is nodig,
omdat de beschrijvingen van perceel nr. 10 weinig houvast
bieden.
Beheer en bezit
Over het beheer en bezit van de kapel is niet bijster veel
bekend.
Er waren twee kapelmeesters aan de kapel
verbonden om het goed te beheren. In 1632 waren dat Willem
Thomas en Peter Henrick Huijben. De kapel heeft geen archief
nagelaten. De kapel had inkomsten. De totale inkomsten waren in
1680 18 gulden en 4 stuivers, volgens de rekening van de
rentmeester van de geestelijke goederen van Peelland. Door
speurwerk in de Veghelse archieven kan nog wel achterhaald
worden uit welke percelen dit bedrag betaald werd. Zo waren
Bruggen, perceel nrs.
21 en 28 belast met jaarlijks 5 gulden te betalen aan de "St.
Thonis capell". Helaas staat er niet bij welke Sint-Anthonis
kapel, die van het Havelt of die van het Dorshout.
Verder
lag er op de Hoogeinde de zogenoemde Cappelacker. Gezien de
nabijheid van de Dorhoutse kapel mogen we aannemen dat deze
akker eertijds bezit was van de kapel. Deze akker werd in 1648
geconfisqueerd door de overheid en later weer verkocht. In 1726
was deze akker van Corstiaan van de Ven.
Tot slot nog: volgens het
verpondingboek van 1657 woonde in 1657 Ariaen de ondervorster in
de Dorshoutse kapel. Na 1648 werd de kapel niet meer voor
religieuze doeleinden gebruikt. Kennelijk heeft ze nog wel enige
tijd dienst gedaan als woning.
Bronnen: Martien van
Asseldonk, ‘Kapelkerkhoven in Veghel’, in: van Vehchele tot
Veghel 10 (1990) nr. 32, 11-25; idem, bewerking van de
cijnsboeken van Helmond, nr. 179 (nieuwe nummering); Schutjes,
L.H.C, Geschiedenis van het bisdom ’s Hertogenbosch
(Sint-Michielsgestel 1870-1876); Wim Cornelissen,
Schuttersgilden in Veghel (Veghel, 1980) |