Akert - toponiemen

Naam:

 

Akert

Vermeldingen door Cornelissen:

 

In loco dicto die akart [Hs-4 (+/- 1380)]

 

ad locum dictum op Akert in loco dicto die snelvenne [Hs-4 (+/- 1390)]

 

twee streepen land int akart [BP 1190-182v (1417)]

 

akart [GVEIIE2-39 (+/- 1500)]

 

twee stucken in d’akert aent Snelven [GVE15-45 (1624)

 

lant de steen int aeckert [GVE2-120 (1702)]

 

‘t boekstuk bij akart [GVE13 (1792)]

 

de akert [kad. (1832)], [V.]; D 311-339 (bo: 15.29.70; wa: 25.60)

 

het akert [N (1839)]; D 339 (bo: 3.51.50)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waarschijnlijk is akart en aeckert een samenvatting van aa-akkers

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

In ‘Akert’ is het bekende t-suffix herkenbaar als verzamelnaam van akker. De oudste vermelding van ‘akker’ komt voor in het Fragmentum Bladiniense uit de 9e eeuw. Akker wordt geïnterpreteerd als: bouwland behorend bij de dorpsgemeenschap. Deze omschrijving slaat op de bekende dorpsakkers c.q. gehuchtakkers. Ook is gedacht aan de betekenis van ‘het omheinde veld’. Er wordt een verband verondersteld tussen frequentie van akkernamen en bevolkingsdichtheid in het oude Toxandrië. Volgens Molemans zouden akkernamen het meest voorkomen op de oevers van de Weerijs met de zijbeken en langs de Dommel. In de zuidelijke Belgische Kempen ontbreken ze, maar ze worden wel aangetroffen in Belgisch Limburg. Het dichtstbevolkte deel van Toxandrië zou het noordoostelijk deel van de provincie Antwerpen en het aansluitend Nederlands territorium omvat hebben.

 

In de Baronie schijnen dorpsakkers en daarmee ook nederzettingen frequent te liggen langs Weerijs en Mark. Akker, kouter en es dekken aanvankelijk hetzelfde begrip, nl. het gemeenschappelijk ingesloten bouwland van een bevolkingsgroep.

 

In het oosten van Nederland kunnen twee hoofdgroepen in de bebouwingswijze onderscheiden worden, nl. grote aaneengesloten akkercomplexen en kleine met bomen en akkermaalshout omgeven stukken akkerland in de vorm van ‘kampen’. Binnen de dorpsakkers waren geen heggen of wallen. De scheiding tussen de percelen moest met ploegvoren, scheikeien of bomen worden aangegeven. In Belgische toponymische studies over het zuiden van het oude hertogdom Brabant wordt regelmatig gesteld dat rond het gebruik van de dorpsakkers in de zgn. dorpskeurboeken regels waren opgesteld.

Akker­namen komen in de cijnskring Helmond frequent voor, zowel met voor- als achtervoegsels, met persoons-, flora- en faunanamen [redactie].

 

(Helsen 1952:127; Lindemans 1940-1954 dl.3; Gijsseling 1978, Buiks 1990:47; Helsen & Helsen 1978; De Vries 1958; Molemans 1977; Slicher van Bath 1944:2; Buiks 1983 dl.2:28)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-5, 7, 9-11

Opmerkingen:

 

 -

 

 

 

Naam:

 

Armenlant

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen vermeld geen specifieke locaties voor deze veldnaam.

Verklaring door Cornelissen:

 

Samenstellingen met armen - wijzen op goederen die eigendom waren of zijn van de COO, vroeger Tafel van de H. Geest genoemd.

 

In de 19e - 20e eeuw zijn de H. Geest - door de armentoponiemen verdrongen (Molemans, 1976a, blz. 75).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1b

Opmerkingen:

 

Bezit van de Armen, ofwel de Tafel van de Heilige Geest van Veghel, totdat Antonij Lambers van Hoof dit perceel op 24 juli 1749 kocht.

 

 

 

 

Naam:

 

Buntacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Den bundteeker [GVEI5-20 (1624)]

 

landt de schoer en buntaeker op Ham [GVEI2-163 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Ham. Onbekende ligging op het Ham. Benoeming naar rietachtige grassoort (W.N.T.).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Bent of bunt is een harde grassoort (Molinia en Corynephorus). Moerman verklaart ‘bunt’ in de richting van ingesloten of omtuind stuk grond. Bun of bunne is afgeleid van het mnl. buun, bune = gevlochten heg; of moet de herkomst gezocht worden bij het germ. * bunjô = verhoging of hoogte? In onze streken is bentgras of buntgras de volkse benaming van Pijpe­strootje, een grassoort met lange stengels en in ruige pollen groeiend. Het verdringt op veel heidevelden de struikheide. De plant groeit zowel op vochtige als droge plekken. Buntgras is een zodevormende grassoort (familie Graminae) met borstelige, grijsgroene bladeren en zilvergrijze, vaak roodachtig aangelopen pluimen, waarvan de takken tijdens de bloei uitgespreid staan. In Nederland en België komt deze soort voor op dorre open zandgrond en stuifzanden. Bunsland moet misschien ook tot deze categorie gerekend worden [redactie].

 

Moerman 1956:35,  44; Buiks 1983 dl.4:83;v.Berkel & Samplonius 1989:28; WP 1975 dl.dl.4:696.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 26

Opmerkingen:

 

 

 

 

 

Naam:

 

Boeckt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Sita in prochia de Vechel ad locum dictum op die boect [GVIE2 (1438)]

 

de boekt [Hs(1682)]

 

lant en venneke op de boekt [GVE12 (1778)]

 

de boekt [N. (1874, 1884, 1892)]; D 57 (b: 37.90), 211 (b: 27.10), 222 (b: 78.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Een groot deel van het huidige Veghel-Zuid, oostelijk van de Aa droeg van oudsher deze

naam. Het winkelcentrum ter plaatse is ernaar genoemd.

 

Plaats waar beuken groeien. Boek = beuk. De -t- duidt op de kollektieve suffix (Hs-).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Varianten met een verzamelsuffix zijn o.a. Boekt en Bokt en met een tot de lo-formatie behorende uitgang, nl. -el in bv. Beukel.

 

Beuken groeien het beste op leemhoudende vochtige gronden. Het element kan zijn af­geleid van het germ. * boko mnl. boeke, boucke = beuk (Fagus silvatica). De beuk komt zo­\wel in het wild als aangeplant voor. De vormen met een verzamelsuffix -t herinneren ons aan middeleeuwse ontginningsactiviteiten, waarbij de ontbossing van het gemengde eiken- en beukenbosarsenaal ter hand werd genomen om meer cultuurgrond voor de akkerbouw te creëren. Deze vorm van ontbossing is al in de vroege middeleeuwen ingezet en naarmate de bevolking toenam werd die intensiever [redactie].

 

(Buiks 1990:56; Helsen 1978:126.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Havelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uuyt erffenissen aen dat havelt gelegen [GVIE2 (1443)]

 

in die nederboect aent havelt Hs- (1519-1538)]

 

zijnen hoff ende lant aen't havelt [GVE15-33 (1624)]

 

uytten aabempt aen't havent [HH163-2 (1714-1783)]

 

hertgang 't havelt [GVE12-107 (1778)]

 

het haveld [kad. (1832)]; D 1131-1256

 

het haveld [N. (1883)]; D 1231 (b: 45.10)

 

In 't goet te hanvelt [BP1184-182v (1405)]

 

die hoeve te hanevelt en die hoeve te hanenvelt [BP1208-229v (1439)]

 

huis die hovel aent haenvelt [Hs- (± 1495)]

 

sitis in prochia de Vechel ad locum dictum aent haenvelt [GVIDI-3 (1532)]

 

't goed van Haneveldt [Mrv1325-4 (1633)]

 

't goed van Hanevelt, Vechel, genaemt de Lankveltse hoeve [Mr92-72 (1780)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Buurtschap en gebied aan de oostzijde van de dorpskom, zuidelijk van de weg naar Erp. Misschien een nevenvorm van of ontstaan uit het toponiem Davelaar (zie Davelaar). Op grond van bovenstaande opgave zou men gelijkenis verwachten met Hamveld. Maar 't Havelt en 't Ham zijn twee onderscheiden stukken grond. De namen zijn nog algemeen bekend. Misschien is een etymologie oorspr. hovevelt aanvaardbaar. Bij contractie (korte -e- staat tussen gelijke consonanten) ontstaat hovelt. In dialectische uitspraak misschien vervormd tot Havelt. Bij deze constructie zou eveneens een naam "Hoffelt" of "haffelt" mogelijk zijn. Een tweede mogelijkheid is wellicht een vorm: ho-veld, een hoog veld.

 

Haanveld is vermoedelijk identiek met het Hamvelt. Het eerste lid kan ook een persoonsnaam zijn vgl. Henrick Willem die Haan 1431 (Kl.V.P. -103v).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Hanvelt (Leenboeken 1312)

 

Soms staan haantoponiemen in verband met de cijns die op het betreffende perceel rustte, een haan. Meestal echter moest de cijnsplichtige kapoenen, ganzen of hoenders leveren aan de cijnsheffer.

 

Ook kan het afleiding van een familienaam zijn, nl. de familie Hanen, die verspreid voorkwam in de cijnskring.

 

Haannamen kunnen ook refereren aan plaatsen waar hanengevechten werden gehouden of aan plaatsen waar korha­nen of patrijshanen voor kwamen. Het baltsen van korhanen in het voorjaar gebeurde op speciale plekken op de heide. Dit spectaculaire gebeuren in de vroege ochtend zal niet onopgemerkt zijn gebleven. Korhoenders komen voor in de overgangsgebieden tussen open heidevelden en bossen en op de randen van de akkers, moerasgebieden en broekgronden. De aanwezigheid van bomen, bij voorkeur in verspreide lage bosjes grenzend aan open plekken, ontstaan door afbranding, was essentieel voor hun biotoop. De vogels fourageerden daarbij op de (kleinschalige) akkers en broedden op de heide. Benamingen naar vogelnamen komen in de toponymie frequent voor.

 

De Vlier­dense Haanakker is waarschijnlijk een verbasterde vorm van de Hagenakker. Zo kan Handelaar onder Kalmthout gevormd zijn vanuit Haanlaar.

 

Knippenberg 1954:106; Buiks 1990:99; Trommelen 1994:236; Buiks & Leenders 1993 dl.3:313; Beijers 1992:146.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 12-16, 19, 23-25

Opmerkingen:

 

Een iets oudere vermelding dan die gesignaleerd door Beijers en Van Bussel is de persoonsnaam Willem van Hanevelt vermeld in de uitgiftebrief van Jekschot in 1311. Havelt is waarschijnlijk een evolutie uit Hanevelt.

 

De verklaringen gegeven door Cornelissen zijn niet overtuigend. Beijers en Van Bussel wijzen op de mogelijkheid van een “cijnshaan”. Daarvoor bestaan geen aanwijzingen. Blijven over: verwijzing naar een vogel, of een persoonsnaam (of een onbekende andere verklaring). Vernoeming van een gebied of perceel naar een vogel was zeldzaam en vernoeming naar een persoon gebruikelijk, zodat de verklaring “vernoeming naar een persoon” de voorkeur verdient.

 

 

 

 

Naam:

 

Heuvelacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Den grooten heuvelecker [GVEI5-35 (1624)].

 

Den cleijnen heuvelecker [GVEI5-35 (1624)].

 

Heuvelakker, leege boekt [GVIIE13 (1792)]; een perceel bouwland gelegen te Veghel op het havelt genaamd den heuvelakker [N (1824)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Havelt, waarschijnlijk nabij de Heuvel. Benoeming naar de

ligging

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Heuvel komt voor als benaming voor een verhoging in het landschap met als nevenvormen hovel, huffel, huvel en hoevel. Vaak liggen de heuvel-toponiemen in het centrale gedeelte van een nederzetting of bij oude grenspunten. Het kan ook een bena­ming zijn voor afzonderlijke percelen. Men vermoedt dat het afkomstig is van het germ. * hugila = heuvel, welving van lokale omvang. De heuvel is niet per definitie het centrale dorpsplein, niet altijd driehoekig van vorm en helemaal niet Frankisch van oorsprong, zoals in het verleden gedacht werd. De mening van Trommelen als zou ‘heuvel’ wijzen op een verzameling van enkele boerderijen die dicht opeen stonden, lijkt ons twijfelachtig [redactie].

 

Buiks 1992:102; Trommelen 1994:282; Buiks & Leenders 1993 dl.2:140; Moerman 1956:98; Schönfeld 1949:37; de Bont 1969:59.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 24 was de Lange (of Grote) Heuvelacker en nr. 25 de Korte (of Kleine) Heuvelacker

Opmerkingen:

 

 

 

 

 

Naam:

 

Hontstart

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De hontstae(r)t, nederboekt [Hs- (1532)]

 

hondstertje of hondstaet, leege boekt naast gijsenakker bij hendriek geert roef [Hs- (1590)]

 

van heilige geest lant den honstart int akert [GVE15-34 (1624)]

 

lant den hontstaert op de boekt [GVE12-117 (1778)]

 

de hondstaart [N (1841, 1885, 1920, V.-]; A 1014 (b: 47.70), 1044 (ho: 1.28.00).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het Dorshout, tevens onbekende ligging op de lage boekt. Benoeming naar de

vorm.

Ligging:

 

Perceel nrs. 1a, 8-11

Opmerkingen:

 

Genoemd naar de vorm (de lang smalle strook van perceel nr. 2)

 

 

 

Naam:

 

Hurkmans Acker, Harckmans Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hurkmansakker, akert [GVIIE13 (1792)]

 

hurkmansakker in het Akert [N (1871)]; D 331 (b: 50.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Het eerste lid is een in de streek nog algemeen voorkomende persoonsnaam.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 2, 3a

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar van vóór 1722.

 

 

  

Naam:

 

Jan Aert Faesse Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

Verklaring door Cornelissen:

 

-

Ligging:

 

Perceel nr. 18

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar van vóór 1702.

 

 

 

Naam:

 

Creugestraet

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Groes aen de creugestraet [GVEI2-33 (1778)]

 

creugherstraat, havelt [GVIIE13 (1792)]

 

de kruigestraat [kad. (1832)]; D 340-369

 

de kreugestraat [N (1839)]; D 362-371 (hu.,schu., erf, b en w: 3.64.00)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied nabij het Havelt. Het eerste lid is wellicht 'kruigen" dialect voor "kruiwagen".

 

Ligging:

 

Perceel nrs.  18 en 19b lagen in de Creugestraet, perceel nrs. 12-15 en 17 grensden aan de Kreugestraat.

 

Opmerkingen:

 

De verklaring van Cornelissen overtuigt niet. Het is moeilijk om een kruiwagen met deze weg in verband te brengen. De weg lijkt niet zo smal dat die alleen met een kruiwagen begaanbaar was.

 

 

 

 

Naam:

 

Lankveldse Hoeve, Hoeve Lankveld

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Die hoeve te lancvelt en die hoeve te hanenvelt [BP1208-229v (1439)]

 

het langvelt op het havelt [Ms-]

 

't goed te lanckvelt in erpe en vechel op ham [Mr1325-67 (1633)]

 

eeusel aent lankvelt [GVE12-102v (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

Ligging:

 

Perceel nrs. 15, 19a. Perceel nr. 16 grensde aan de Lankveldse Hoeve

Opmerkingen:

 

Genoemd naar de vorm van een bepaald veld. Later overgegaan op een groter gebied. Vermoedelijk was het oorspronkelijke uitgegeven Lange Velt perceel 2, 4 t/m 13 en een groot deel van 't aangelegen gebied De Eeusels. Zie de toelichting bij deel Eeusels.

 

 

 

 

 

Naam:

 

Nelis Wouters Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

Verklaring door Cornelissen:

 

-

Ligging:

 

Perceel nrs. 8, 9

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar van vóór 1722.

 

 

 

Naam:

 

Schoot

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De schoot (scoet) havelt in lankvelt [Hs- (1531)]

 

hooywas int achoot, land int schoot ('t goet 't haenvelt) [Mr1322-65 (± 1608)]

 

de schoot agter ham [RAV158-85 (1730)]

 

teulland en kanten houtwas gelegen op het ham genaamd de schut [N (1816)]

 

de schoot [N (1876, 1891, 1895)]; D 952 (b: 96.70), 954 (b: 91.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Scho(o)t beboste hoek zandgrond, uitspringend in een moerassig terrein. Diverse

nuanceringen zijn mogelijk (M. Top. Valk. -110).

 

Ligging op het Ham. "Schootakker"; afgeperkte akker, mnl. schoot, schot "het schutten

van vee"

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Een ‘schoot’ is in het algemeen een beboste hoek zandgrond uitspringend in een moerassig terrein of een afge­sloten stuk grond, een omheinde ruimte voor vee of een ‘zoom’ of afgedamde waterplas. Bij de laatste verklaring gaat het vnl. om het woord ‘schut’. In het Angelsaksische taalgebied wordt een deel van de schootnamen gevormd met plant- of boomnamen, terwijl in onze streken combinaties met diernamen frequent voorkomen. Een combinatie met een persoonsnaam wordt zelden aangetroffen.

 

Sommige ‘schoten’ vindt men in nederzettings- en gehuchtnamen terug. Men vermoedt hierin een afleiding van het germ. * skauta. De schoot-namen zijn bijzonder talrijk in de Belgische provincies Antwerpen en Kempen. Het mnl. schot of schut kan een plaats zijn waar men iets bergt of in veiligheid brengt, zoals een varkenschot of een schutskooi, waarin het buiten het weidegebied rondlopende vee werd ‘opgeborgen’.

 

Soms komen ‘schoot’-namen voor, die een andere oor­sprong hebben. Smulders geeft het voorbeeld van Enschot, wat in de 14de eeuw ‘Enschit’ of ‘Enscyt’ heet en waarbij gedacht moet worden aan een samenstelling van einde + scheiding, een grensgebied. De grens tussen Oost- en West-Tilburg zou midden door Enschot gelopen kunnen hebben.

 

Theuws wijst erop dat nederzettingsnamen die eindigen op -donk of -schoot zich vnl. bevinden in de diffuus bewoonde gebieden, bewoonbare plekken van beperkte omvang met een perifere ligging. Het element ‘schut’ kan ook staan voor grondeigendommen van het plaatselijke schuttersgilde wat in de volksmond vaak werd aangeduid met ‘de schut’. Denk bv. aan namen als de Schutsakker en de Schutsboom.

 

de Bont 1969; Helsen 1978; Molemans 1977; Buiks 1990:178; Ekwall 1974:407; Buiks 1992:47,49; Gijsseling 1960; Moerman 1956:205; Smulders 1955:126; Theuws 1988:179.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 26

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Somerloect, Somerlaet, Somerland

Vermeldingen door Cornelissen:

 

In loco dicto in dat sonderlake [Hs- (± 1390)]

 

ad locum dictum dat zonderlaer [Hs(1390-1395)]

 

int sonderlaer [BPI201-191 (1430)]; sonderlaet havelt [Hs- (1542)]

 

land over die strate in sonderlair [Mr1322-65 (± 1608)]

 

het sommerlaet vechel, gespleten van de hoeve genaemt lanckvelt [MrI325-148 (1645)]

 

het soomerlaat, havelt [GVE2-147 (1702)]

 

't somerland [Mr1333-84 (1726)]; het zomerland [Mrv92-92v (1770)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in het gebied Havelt/Ham. Dit toponiem komt in zeer veel varianten

aan: de oudste spellingen zijn Sonderlake en Sonderlaer, zodat het redelijk lijkt deze als

grondvormen aan te nemen; de vele latere varianten zullen het gevolg zijn van een

verdwijnen van het begrip van de oorspronkelijke benaming.

 

"Zonder" kan de betekenis hebbenvan "afgeperkt" (vgl. afzonderen). Het zal wel niet mogelijk zijn om dit "zonder" uit te leggen als een verouderde vorm van "zuid", zoals Schönfeld vermeldt voor de plaatsnamen Zonderwijk en Zonderveld (Hs-225). Het laatste veronderstelling is mogelijk toch de juiste: het gebied Havelt/Ham ligt min of meer zuidelijk van de dorpskom.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Zonder duidt op een gereserveerd, afgesloten, afgezonderd gebied dat aan de vrije bebouwing onttrokken werd en diende voor de jacht, houtkap of ontginning. Hetzelfde begrip wordt uitgedrukt in een naam als Zondereigen, wat een afgezonderd eigen allodium was. Ook in duitstalige publikaties treft men het regelmatig aan in de betekenis van: van de markegrond afgescheiden delen, meestal bos.

 

Buiks 1986 dl.20:68; Trommelen 1994:429; Prims 1964:120.

 

Look: Dit element is afgeleid van het mnl. luken of loken met als betekenis (1) afsluiten of omheinen en (2) omheinde ruimte i.c. een door een gracht of houtkanten omsloten perceel. Verwant hieraan lijkt ‘blok’ en in andere samenstellingen het element ‘kamp’. De looknamen verwijzen naar uit heide ontgonnen percelen in particulier bezit. In de cijnskring lijkt het een algemene aanduiding voor iemands grondeigendom, m.n. toegespitst op huis, schuur, erf en aanliggende percelen. De meeste samenstellingen bestaan uit een vorm van ‘loken’ in combinatie met een FN of PN [redactie]. Het mnl. lochtuun, wat later lochten en lochting werd, is bekend in de betekenis van moestuin of hof. De grondvorm van lochten is ‘looktuin’, waarin het mnl. loke, loicke = omheinde ruimte en het mnl. tuun = omheining van vlechtwerk van teenwilgen doorklinkt.

 

In dialekten zou ‘locht’ ook voorkomen in de betekenis van ‘licht’, een onvruchtbaar en zanderig stuk grond. Een lochtenberg zou een zandige hoogte, misschien kaal en onbegroeid, zijn. Lochte grond is slechte, onvruchtbare zandgrond. In sommige plaatsen van de cijnskring bestaat de uitdrukking ‘het is maar lochte timmer’, verwijzend naar de slechte staat van iets, mindere kwaliteit [redactie].

 

Helsen 1978; Molemans 1976:209,1067; Buiks 1984 dl.8:52; Molemans 1970:13; v.Berkel & Samplonius 1989:112.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 19a

Opmerkingen:

 

De oudste vorm was Sonderlookt. Beide elementen “Sonder-“ en “-lookt” hebben een verwante betekenis van een afgezonderd en omsloten perceel. Het werd vermoedelijk omheind bij de uitgifte in 1190-1314, om te voorkomen dat passanten over het perceel liepen.

 

 

 

 

Naam:

 

Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen. (Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 5, 10, 11

Opmerkingen:

 

 

 

 

 

Naam:

 

Suermonts Hoeve

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Suermonts hoeve [GVEI2-155 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging.

Ligging:

 

Perceel nrs. 12, 13

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar van vóór 1603.

 

 

 

Naam:

 

Velgt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant op die gheen verchten [Hs- (385)]

 

lant op gheen verchten [Hs- )+/- 1500)]

 

noch uuyt een kempken lants geheyten dat groet kempken gelegen in die prochie van vechel in gheen akert d’een syde een stuck lants geheyten die vercht [GVIDI (1512)]

 

de vellicht in d’akert [GVE15-35 (1624)

 

lant de velligt [GVE12-151 (1778)]

 

een perceel bouwland gelegen te veghel op het akert genaamd de velgt [N (1824)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in het Akert. Cornelissen geeft geen verklaring voor deze veldnaam.

Ligging:

 

Perceel nrs. 5, 6. De velnaam kwam ook aan de overkant van de weg voor. Zie de toponiemen van deel Schijfelaar.

 

Opmerkingen:

 

De evolutie van de naam was Vercht => Velgt. De suffix –t kan op een collectief duiden met als eerste lif “verg-“. De betekenis van Verg- of Vergt is onduidelijk.

 

Perceel nr. 6 wordt in het verpondingsboek van 1777 Veldje genoemd. Vermoedelijk is dat hier een verschrijving van Velgt.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Akert