Foto's Huizen Kroniek

Kroniek van het jaar 1944


Intervieuw met Johan van Sleeuwen op 1 maart 2007.   Op nieuwjaarsdag 1944 stortte er een vliegtuig neer op 'het Lijnt'.

Doc. GAvB.   Hoewel de 'Straat' van Zijtaart al in 1920 van electriciteit was voorzien, waren de boeren van 'Achter Zijtaart' (nu Leinserondweg) in 1944 nog verstoken van deze voorziening. In 1944 namen de inwoners van deze buurtschap zelf het initiatief. Op 8 januari 1944 gaven in eerste instantie zich 10 gezinnen op voor aansluiting op het electriciteitsnet. Twee dagen later werd er over vergaderd bij Bert Vervoort, alle voordelen en kosten werden besproken. Zo moest er elk jaar een bijdrage geleverd worden voor onderhoud, zoals reparaties en carbolineum voor de palen. Twee gezinnen trokken zich toen terug, acht gingen door. Op 12 januari 1944 werd een comissie benoemd die de plannen verder moest uitwerken. In die comissie hadden Martien van Boxmeer, Bertus Brands en Graard van Boxmeer zitting. Al op 22 januari 1944 werden de eerste lichtpalen gezet. Twee palen waren 13 meter hoog om over het Duitste telefoonnet heen te kunnen. Deze palen moesten zo hoog zijn om storing van de telefoon te voorkomen. In plaats van koper werd ijzerdraad gebruikt, wat nogal wat spannings- en vermogensverlies opleverde. De draad, die geleverd werd door Klomp Buters, werd deels zwart betaald en deels wit met boter- en eierbonnen. De bedrading binnen werd aangelegd door Jan van Himbergen. In juni 1944 was het werk voltooid. Men gebruikte veelal 40 Watts lampen en beperkte het aantal lichtpunten. Ook moest afgesproken worden wie wanneer het wasmachine aanzette. Het was bijna niet mogelijk dat twee buren tegelijk wasten. Dit gaf hier en daar wat irritatie. Het noodnet bleef tot 1951 in gebruik.

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 158-159; foto's: collectie Liesbeth Vissers - vande Tillaart: boven: Irma, onder Bert Meijer met Irma.  

Enkele maanden na het drama met Fientje eind 1943 komt er via koerierster Gré van Dijk een joods meisje van anderhalf jaar bij de familie van de Tillaart (Hoeve Corsica). Aan Bertha van de Tillaart wordt gevraagd of zij een adres kon vinden voor het kindje. Bertha durfde niemand te vragen, vooral omdat in Zijtaart iedereen, die bereid was te helpen al wel een onderduiker had. Bertha krijgt van thuis toestemming om Irma op te halen bij het station van Veghel. Gré van Dijk bracht het meisje en Bertha zette het in een mandje achter op haar fiets en nam het kindje mee naar huis. Berta vertelt: “Voor de buren was zij een Rotterdams meisje, dat geen ouders meer had; voor vreemden was zij mijn dochtertje. ’t Was een heel lief meisje, dat eigenlijk Selma de Windt heette, maar die wij Irma noemden. Na de oorlog heeft een tante van haar Irma teruggehaald.” Met pijn in het hart staat de familie Van de Tillaart en vooral Bertha na de oorlog het meisje af. Sedertdien is het contact behouden gebleven.

Na Irma arriveerde een onderduiker uit Amsterdam, Bert Meijer. Hij zal tot na de bevrijding van ons land blijven. Bovendien verbergt men op Hoeve Corsica enige tijd een meisje, genaamd Stientje Keizer en vervolgens Alie Heemskerk, ook uit Amsterdam. Dit allemaal, ondanks het feit, dat de schrik er goed inzit na het ophalen van Fientje. Constante spanning en angst voor iets onverwachts beheerste het leven op Hoeve Corsica. Bertha van de Tillaart herinnert zich verder: “Van alle onderduikers in de buurt kwam er dikwijls een stel ’s avonds naar ‘Radio Oranje’ luisteren. Aangezien het toestel in de zolder boven aan de trap was ondergedoken, lagen wij ooit met tien man op de trappen naar boven. Ook waren er verschillende Joden ondergedoken in Uden, die door onze verzetsmensen van bonkaarten werden voorzien. Nadat een hele tijd Van de Hoogenhoff dat gedaan had, maar bang was dat het in de gaten liep, heb ik dat verder gedaan. Je zat wel voortdurend in spanning na het ophalen van Fientje.”

Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld, collectie Mari Brugmans.   Ook bij Frans van Bakel op Zondveld verbleven tijdens de oorlogsjaren onderduikers. Dat waren Willy en Maria Bressers, hun zoon Adrie en het zusje van Maria, Edith, ze kwamen allemaal uit Eindhoven. Er was een stel uit Eerde en een gezin uit Veghel. Deze mannen moesten in Duitsland gaan werken en waren gelukkig dat ze voor ons op de boerderij konden werken. Ze kregen hun maaltijden en een bed in een schuiplaats. Een paar van deze mannen waren Harry Bos en Henk Nieboers. Het was een gevaarlijke taak om deze mannen in huis te nemen, want de Duitsers kwamen regelmatig controleren en als ze onze bezoekers ontdekt hadden, hadden ze vader naar een concentratiekamp kunnen sturen.

 
De documenten zijn van Ties Habraken, die op 19 juni 2007 vertelde.   1944 Oorlog doc a.jpg (292544 bytes)1944 Oorlog doc b.jpg (459462 bytes)Eind januari 1944 kreeg Ties Habraken een oproep om naar Duitsland te gaan werken. Ties: "Ge kunt wel gaan, maar ge weet nie wat ge kloar makt. Ge weet nie of ge terug komt."

Ties dook een paar maanden onder bij buurman Cor van Berkel, totdat er een Ausweis voor hem geregeld was. Andere jongens uit Zijtaart zijn wel in Duitsland gaan werken. Ties: "Gerard van Willem Kremers ging naar Duitsland werken. Hij kwam terug met een Duitse vrouw en met een kleine, Wim. Willem Kremers was helemaal niet blij met zo'n vreemde troela. Het is allemaal wel heel goed gegaan naderhand, maar toen wist Willem niet wat ie moest doen. Hij was wel blij dat Gerard weer terug was, maar hij wist niet wat hij aan die meid had. Gelukkig woonde ie in een dubbel huiske met twee woninkskes. Daar is Gerard toen bij in gaan wonen. Daar hebben ze toen een tijdje samen gewoond."

Gesprek met Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.   Piet van de Tillaart: "Op een gegeven moment kreeg ik een oproep om naar Duitsland te komen werken. Ik dook direct onder. Ik sliep achter ons huis in een oud schuurtje met een strooien dak. Daar zat een vlondertje in en ik sliep daar boven op. Onze vader nam contact op met Billeveld, Hekellaan 6 in Den Bosch. Hij bracht steeds boter en eieren voor die man mee, en vroeg of ik geen Ausweis kon krijgen en vrijstelling om naar Duitsland te gaan, omdat ik thuis onmisbaar was. Dat heeft maanden geduurd, toen was het geregeld."

Doc. GAvB.   22 februari 1944: 'De petroleum was zeer schaars, al was die op de bon. In het zwart kostte die per liter fl. 3,--'.

Gesprek met Sjaan Schepers - van Nunen op 9 juni 2008.   In 1944 ging ik in Veghel op de Leest dienen. Daar kreeg ik altijd soep zonder ogen, en erpel met ogen. (Soep zonder vet en aardappelen met de pitten er nog in.) Ik kreeg er twee gulden per dag, dat was goed betaald.

Doc. GAvB.   Op 8 maart 1944 werd vliegveld Volkel gebombardeerd en op 19 maart 1944 moesten veel boeren met paard en kar daar naar toe om gaten dicht te maken.

Intervieuw met Johan van Sleeuwen op 1 maart 2007.   Johan van Sleeuwen en zijn broer Bert gingen niet naar Volkel om er te werken. De Duitsers kwamen werkweigeraars ‘oplaoien’. ’s Nachts sliepen de twee daarom niet thuis. Tussen hun ouderlijk huis (later adres Zondveldstraat 11) en Jekschot, in ‘de Buunders’ had hun vader een veewagen staan. Daar sliepen ze toen in.

Doc. GAvB.   Aantekening van Gerard van Boxmeer over de zomer van 1944: 'Achter de schop (stond) heel de weide onder water. Ook het steegje en hof voor het huis diep onder water, een ruiter bonen (stond) tot aan de bonen in het water. Bij H. van de Ven stond het water tot aan de schuurdeuren. Bij Antoon van de Linden stond heel de weg onder water. Bij ons dreven de planken door de groep. De hof voor het huis stond 50 cm onder water. Men zegt dat het de natste zomer is sedert 1870.'

 
Verteld door Janus en Dina van Nunen op 15 april 2007.   "Dokter Kersemakers kwam bij ons aan, met zes vrouwen van de militaire politie. Kersemakers zei: “Ik durf niet in Veghel te blijven.” Hij had ook zijn eigen vrouw bij. Een van hun mannen, Jan Gras, een hoge baas, is later nog vaak bij ons geweest. Vier van die vrouwen waren in verwachting. De zijn naar Jan van de Linden gegaan, diens vrouw was ook in verwachting. Dokter Kersemakers wilde de kelder zien. Hij liet zandzakken aanbrengen voor het keldergetroalie (kelderraam). Hij zei: “We moeten er een aks en een schop inleggen, zodat we ons weer uit kunnen graven als dat nodig is.” We hadden ook een schuilkelder, maar die zag hij niet zo zitten, daar durfde hij niet in. Berta van Doorn kwam in die tijd bij ons. Er was een parachutist gevallen en die was gewond. Kersemakers wilde niet meekomen. Berta zei: “Dat kun je niet maken, je moet komen helpen.” Uiteindelijk is hij toch gegaan. De Engelse parachutist is toen naar Erp naar Harry Otten gebracht, en vanaf daar verder naar Engeland.

 
Verteld door Janus van Nunen op 15 april 2007.  

"Piet van de Linden had in Eindhoven een motor gesjacheld, geruild tegen bonnen en zo, een Norton. Hij vroeg: “Janus durfde gij er het eerst op te rijden. Ik zal wel zeggen hoe ‘t moet. Ge hoeft ditte mar los te laten en dan gaat ie.” Ik reed drie vier rondjes door het veld. Piet durfde het toen ook. Onze Johan durfde niet. Piet: “En durfde naar jullie huis te rijden.” Ik ben toen over het karrespoor naar ons huis toe gereden.

De ondergrondse, dat was toen Jan van Loo, die zat toen op Zijtaart, die wilden de motor vorderen om de Canadezen te helpen, maar Piet wilde zijn motor houden. Piet ging de motor een eind in de grond begraven en er aardappellof overheen gooien. Toen we daar mee bezig waren, kwam er een klein vliegtuigske overgevlogen en die draaide met een scherpe bocht over ons heen. Onze Johan had zijn goei kleren voor de kerk nog aan en schoot met zijn kleren door de prikkeldraad. Maar hij vloog weer door. Wat later kwam de ondergrondse de motor halen.“Dat kun je niet maken, wij moeten de Canadezen helpen. Wij moeten de oorlog winnen,” zeiden ze. Piet heeft hem toen maar laten vatten. Piet heeft er nooit niks meer van gezien en er niks voor teruggekregen."

 

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 159.   Op een gegeven moment werd er in de vroege morgen om kwart over vijf hard op de voordeur gebonst van Hoeve Corsica. Dochter Bertha van de Tillaart was ineens klaar wakker. Bertha: “Ik haalde de verduistering voor het raam weg, opende het raam en keek neer op vijf petten. Iemand riep: “Kan die deur niet open!” Ik zei: “Jawel, ik kom.” Ik schoot gauw iets aan, pakte het joodse meisje Irma uit haar bedje en stopte haar diep onder de dekens bij mijn zus in bed, wat natuurlijk toch niet geholpen zou hebben, als ze haar gezocht hadden. Ze kwamen voor mijn broer Piet, die in Duitsland moest gaan werken; die mocht thuis blijven wegens onmisbaarheid op de boerderij. Toen dat in orde bleek, vertrokken zij weer. Bert Meijer, de onderduiker, doorslapend in het achterhuis en Irma boven in bed, maar de schrik had ons goed te pakken.”

Gesprek met Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.  

"Op een zomeravond sloegen onze twee waakhonden aan. Een van die honden deed zo lelijk. Onze vader eruit en hij ging door de staldeur naar buiten. Daar stond ‘de Kin’ uit Veghel. Zijn echte naam is Van Bussel, hij was een zoon van de bakker. Die heulde met de Duitsers. De Kin had de Gestapo meegebracht en ook Schuurmans, een politieman uit Eerde. De Kin zei: “Roep de hond terug of ik schiet ‘m kapot.” Ons vader riep de hond terug en twee man liepen recht naar boven om mij uit bed te lichten. Ik werd naar beneden geduwd om voor de Kin te verschijnen. ”Ik heb een Ausweis,” zei ik. Dat geloofde hij eerst niet. Maar toen hij het zag en dat ik vrijstelling had gekregen, veranderde zijn houding als een blad aan de boom.

Toen zei de Kin: “Ik moet die hond hebben.” Dat was een Duitse herder. Dat was geen doetje. Die hond was op de politieschool bedorven. Ons vader was een echte hondenman, hij had die hond via ene Leenders te pakken gekregen. Ons vader zei tegen de Kin: ”Als je hem een band om doet, dan mag je hem meenemen.” Hij haalde een ring. De Kin wilde die om de nek van die hond doen. Die hond sprong op hem af en beet de Kin in zijn schouder. Die tuimelde naar achteren. Zijn uniformjas was kapot, hij bloedde. Hij trok zijn revolver om de hond af te knallen. Ons vader sprong er direct voor. “Nee”, zei ons vader. “Ik heb je goed gewaarschuwd.” De Kin deed lelijk, was aan het schelden. Het ging ‘r op. Uiteindelijk zakten ze af. De hond bleef op Corsica.

Toen ze weggingen vroeg Schuurmans: “Hoe moeten we bij Johan Ketelaars komen?” Bij Johan Ketelaars (Max) zat ook een onderduiker. Die woonde op de Doornhoek, waar later Ties Verbruggen woonde, Ties is met een dochter van hem getrouwd. We stuurden de Duitsers helemaal over Zijtaart om. Onze Tjeu sprong meteen op zijn fiets en fietste binnendoor door de Hemel naar Ketelaars om hen te waarschuwen. Hij bonste op de deur. Er werd eerst nog niet opengedaan en hij zag de auto van de Duitsers al aankomen. Gelukkig ging de deur open en de onderduiker is meteen door het raam gesprongen en een korenveld in gevlucht. Onze Tjeu kon ook op tijd wegkomen. De Duitsers hebben de onderduiker niet te pakken gekregen. “Hij is al weg, hij is naar Duitsland werken,"  zeiden ze bij Ketelaars."

Herinneringen van de kinderen van Frans van Bakel, in 1980 op schrift gesteld door Jan van Bakel.   

In 1943 kwam Corrie van Bakel van school af en ging in Veghel in het gezin van Kersemakers, onze huisarts, werken. In 1944 kwam Frieda van school af en zij bleef thuis helpen. Frieda gaf de jongere kinderen te eten en ’s avonds waste ze hen en bracht hen naar bed. Frieda herinnerde zich dat haar broertjes Nico en Theo gemakkelijker schoon te krijgen waren dan de andere jongens. Zij waren dikker en hadden een gladde huis. Marinus moest veel harder gewassen worden en de knieën van Martien werden nooit schoon, ongeacht wat ze gebruikte. Er waren veel luiers te wassen, want er waren altijd wel twee of drie baby’s. Er moesten elke dag 12 paar klompen schoon gemaakt worden. Ze moesten met een soort wit zand en krijt geschuurd worden, en dan schoon gespoeld, en op de vensterbank gezet worden om te drogen. De melkbussen moesten schoon gemaakt worden met wit zand en soda om ze glimmend te houden en vrij van roest. Alle vloeren moesten geschrobt worden, zelfs de cementen vloer op stal. We bestrooiden de huiskamervloer niet meer met wit zand, en dat betekende dat er vaker geschrobt moest worden. Maandag en donderdag waren wasdagen.

Doc. GAvB.   5 juli 1944: 'Engeland bombardeerde Volkel, 's-Hertogenbosch, Boxtel en Eindhoven.'

 
Verteld door Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.  

Piet: “Het vliegveld Volkel was gebombardeerd. Dat was al een keer eerder gebeurd, maar dit keer was het veel erger. Wij moesten er naar toe komen om de om kraters te dichten. Wij hadden twee paarden, maar als je een bewijs had van de rijksveearts dat de paarden dragend waren, dan hoefden de paarden er niet heen. Die veearts was dokter Bussemakers, hij woonde in de NCB laan. Hij dronk nogal veel. Ons vader ging er naar toe met een fles drank en onze paarden waren meteen dragend. Bussemakers schreef een briefje en onze paarden waren vrijgesteld.

Onze Theo en ik moesten wel naar Volkel toe, om er te gaan werken. Ik gaf op, dat ik voerman was. Toen kreeg ik het goed. Ik moest een ossenkar met twee grote houten wielen besturen. Ik denk dat de Duitsers die kar in Polen of zo gevorderd hadden. Hij werd getrokken door twee luie ossen. Daar heb ik plezier mee gehad, ik moest wel een paar minuten roepen, voordat die beesten aankuierden. Op een afstand kon je bijna niet zien dat de kar vooruitging. Maar wel sterk, die beesten.

Op een keer stond ik met de kar helemaal achteraan de startbaan bij de bossen, terwijl wel zo’n 40 man de kar met zand aan het laden waren. Plots klonk het alarm, een luchtaanval. Alle boeren renden hals over kop naar de bossen, weg van de barakken, want daar zouden bommen kunnen vallen. Als je al die mannen met hun karren over de startbaan zag vluchten, het was net Ben Hur. Dat ging met geweld.

Op zekere dag was onze Theo de kar mee af aan het laden bij een bomkrater vlak bij de barakken. (Theo was toen 17 jaar.) Hij ging in de put, omdat het zand onderin niet goed zat. Een mof stond er te commanderen dat het niet goed was, en onze Theo moest uit de put komen en de mof ging toen zelf in de krater. Onze Theo gooide toen een volle schep zand bij die Mof in zijn nek. Hij deed verschrikkelijk lelijk, die dikke mof. “Wer hast das gemacht!!” Niemand zei iets. Het bleef doodstil… Niemand verraaide onze Theo. Sommigen waren als straf een paar dagen zonder eten in een bunker opgesloten. Eentje had er een keer een potje vet op zak. Dat mocht niet, die ging toen de bunker in. Ik zie hem nog op een kist staan die dikke mof. ‘s Avonds als we afgewerkt waren, dan had hij onze Ausweisen in zijn hand en dan riep hij vanaf die kist onze namen af: “Petroes!! Lambertoes!! Van Den Tillaart!!”

 

Doc. GAvB.   20 en 21 juli 1944: 'Zeer veel vliegtuigen in de lucht, op veel plaatsen werd gebombardeerd.'

14 augustus 1944: 'De Engelsen beschoten de schepen hier in het kanaal.'

15 augustus 1944: 'Een grote luchtmacht bombardeerde Volkel. Een grote rookwolk steeg de lucht in (..)'

3 september 1944: 'Wederom Volkel gebombardeerd.'

 
Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 141.   A.F. Oomen, leraar aan de Ambachtsschool: “Op zondag 3 september 1944 stonden de Duitsers gepakt en gezakt met de auto’s van de BBA klaar om ter vesterking op te rukken naar Turnhout. Toen we uit de negen uur H. Mis kwamen, was het al een doorgaande rij van auto’s, tanks, gevechtswagens, motors, motorbakfietsen. Van deze laatste zelfs een met een boerenkar er achter. (..) Op maandag 4 september werd het nog erger. De weg naar Uden was overvol met voertuigen. ’s Avonds hoorden we vreselijk zware ontploffingen; later hoorden we, dat de hangars in Volkel werden opgeblazen.”  Op 5 september vlucht NSB-burgemeester Sassen weg uit Veghel.

 
Doc. GAvB.   5 september 1944: 'In het kanaal bij de Zijtaartsche weg, een minutieschip uitgebrand, heel den dag nog ontploffingen.'

6 september 1944: 'Heel den dag gebulder van kanonnen en ontploffingen. Ramen en deuren schudden.'

10 september 1944: 'Al een aantal dagen geen vliegtuigen meer te horen.'

12 september 1944: 'Veel vliegtuigen en gedonder van kanonnen.'

 
Brabants Dagblad, 29 september 1994; ‘Luchtlanding in Brabant', uit ‘Four stars of Hell' door Laurence Critzbek (New York); Het Huisgezin, 23 oktober 1954.   Op 17 september was was de lucht plotseling vervuld van zwermen geallieerde bommenwerpers die de Duitse vliegbasis Volkel te grazen namen. Het gebeurde met zo’n geweld dat men in Veghel ijlings de ramen open moest zetten, omdat anders de ruiten zouden springen.

De strijdkrachten voor de operatie ‘Market Garden' omvatten de grootste Airborne-aanvalsmacht in de geschiedenis. De opdracht was de kanaal- en rivierovergangen in handen te krijgen en te houden, voor zover die lagen in het opmarsgebied van het Tweede Leger van Eindhoven tot en met Arnhem. De 101ste divisie moest de bruggen en de corridor tussen Eindhoven en Grave bezetten. De opmars zou plaats vinden op een uiterst smal front van meestijds maar één enkele weg. Het stadje Veghel was strategisch gezien een belangrijke plaats, want de Zuid-Willemsvaart liep er juist langs en er was een verkeersbrug en een spoorbrug. De eerste opdracht aan de soldaten was te voorkomen dat de Duitsers deze bruggen zouden opblazen.

Bij
Son zweefden vele valmschermen omlaag met munitie, licht geschut en ander oorlogsmaterieel. Getrokken zweefvliegtuigen vervoerden parachutisten. Van Veghel uit was dit goed te zien en het veroorzaakte groot enthousiasme: dit moest de bevrijding zijn waarop iedereen zat te wachten sinds op 3 september Brussel en op 14 september Maastricht was bevrijd. De parachutisten landden bijna zonder tegenstand. Binnen drie uur waren alle doelen in veilige handen. Het dorpje Eerde werd ingenomen en in Veghel werd en commandopost gevestigd. In Veghel vierde de bevolking feest.

Doc. GAvB.   17 september 1944: 'Een geweldige luchtmacht boven Brabant. Schuilkelder gemaakt bij Hendrik van de Ven voor onze beide gezinnen. We waren nog maar halverwege toen we er al in moesten. Hevig geschut vanuit Veghel richting Keldonk, een ontzettend lawaai. Zeer laag en langzaam kwamen grote transportvliegtuigen over.' De H. Mis was half zingend en half stil vanwege overvliegende vliegtuigen en het bombardement van het vliegveld Volkel.

 
Verteld door Harrie van Asseldonk op 25 september 2007.    "Op 17 september 1944 waren we malen (vaarsen) aan het drinken geven achter Van Stiphout bij het Laarsven. Toen zagen we een vliegtuig overkomen en er sprongen een stuk of tien parachutisten uit. Wij naar huis om het tegen ons vader te vertellen. Ons vader zei: "Dan zijn het er zo meer." Hij had een clandestiene radio verstopt op zolder in een mand met todden en luisterde naar de engelse zender. Zodoende wist hij al dat de bevrijding er aan zat te komen."

Verteld door Jan van Zutphen op 27 februari 2007.   Op de 17e september "leek het net alsof ze manden met aardappelen uit het vliegtuig gooiden. Heel de lucht hing vol met parachutisten."

Verteld door Annie Berkmortel - Timmers op 21 februari 2006.  

"Die morgen (17 september 1944) kwam Johan van de Rijt naar ons vader (Willem Timmers) met de melding over parachutisten, die volgens hem (bij wijze van spreken) "uit de grond opkwamen". Ik dacht dat ze werkelijk uit de grond kwamen. Ik zie de lucht met die parachutisten nog voor me, een indrukwekkend gezicht voor een zesjarige.

Toen de parachutisten geland waren, begon het echte gevecht voor ons: het bemachtigen van de parachutes! Ik weet zeker dat er minstens twee op ons land terecht zijn gekomen, een rode en een witte. Ons vader heeft nog ruzie staan maken met Willem Kremers over een parachute. Van de rode maakte ze jurken en die witte bruidsjurken. Ik heb nog een foto, waar we die bruidsjurken aan hebben.” Van de touwen werden tassen gemaakt. Een evacué uit Elst, die was ondergebracht bij de familie Van de Rijt, was daar heel handig in. Zij heeft voor half Zijtaart van die tassen gehaakt."

 

Verteld door Janus van Nunen op 15 april 2007.     Janus van Nunen: “Toen de parachutisten vielen, dat was toch zo mooi om te zien. Pastoor van de Bult was net op ziekenbezoek bij ons, ik was net uit het ziekenhuis, ik had een blindedarm-operatie gehad. Wij hadden nog hooi en koren in het achterhuis. Toen zei onze Johan: “Ze zijn aan het kanaal aan het schieten. Één granaat en het hele huis staat in brand.” Toen hebben wij al het koren dat al net binnen was gehaald in acht mijten op de akker gezet. “Zie-zo,” zeiden we, “als er nou een granaat valt, dan branden we niet af.”"

Dr. Frans Goorts, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 200-207.  

In Veghel vonden op 17 september 1944 een tiental Duitsers de dood, vijftig worden gevangen genomen, terwijl het restant vluchtte. Kolonel Johnson koos het huis van dokter Kerssemakers uit als hoofdkwartier. Op Verzoek van Gijs Bosserts en zijn mensen (van de ondergrondse) trokken boeren met karren de plaats binnen en brachten miliaire uitrusting, die was achtergelaten op het landingsterrein. De mensen in Veghel waren als het ware stapelgek van blijdschap. Ze vlogen elkaar om de hals, handen werden gedrukt, dansen werden uitgevoerd op straat. Tonnen bier, kannen melk, manden met fruit werden voor de binnenstromende troepen klaar gezet en aangeboden. In Veghel doemde weldra een nieuw straatbeeld op; mannen met een oranje band om hun arm. Gewone jongens uit Veghel en omgeving met het geweer over de schouder, die de straten schoon veegden van ongewenste elementen. Gijs en Ko Bossert van de ondergrondse hadden kolonel Johnson als het ware opgevangen na de landing en direct contact tot stand weten te brengen. In vrijwel elk Veghels gezin bevonden zich Amerikaanse militairen die zich tegoed doen aan melk, appels en peren. De Veghelse mensen konden genieten van sigaretten en chocolade. Ook in Zijtaart werden militairen ingekwartierd.

’s Avonds kwam de eerste opdracht door. Er moest een bredere brug gelegd worden naast de bestaande brug over de Zuid-Willemsvaart. Ton Kuyper van de ondergrondse nam contact op met de directeur van de ambachtsschool en zocht diverse leraren op. Men sleepte ijzeren balken naar het kanaal.

In de nacht van 17 op 18 september voerden de Duitsers in een mistbank een verassingsaanval uit langs de oostkant van de Zuid-Willemsvaart. Vanaf het aanbreken van de dag werden de Duitsers teruggedreven. Nog twee andere aanvallen werden die nacht afgeslagen.

Herinnering van Graard van Eert verteld op 23 februari 2007.   Op maandag 18 september ging Graard van Eert met paard en wagen munitie rijden voor de Engelsen. Dat werd georganiseerd door het verzet. Graard: “Ik ben naar het verzamelpunt gereden, maar er is toch niks gekomen, het was niet nodig.”

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 211-214.  

In de morgen van de 18de september werd verder gebouwd aan de brug. Plotseling zware ontploffingen. Alles vloog weg om dekking te zoeken. Enige tijd later werd het werk weer hervat, maar burgers lieten zich die dag vrijwel niet meer bij de brug in aanbouw zien. 's Avonds was de brug klaar.

Brabants Dagblad, 29 september 1994.   Bekwame Duitse officieren slaagden erin de uit Frankrijk vluchtende troepen van allerlei eenheden samen te brengen in gevechtstroepen. Deze dwongen op 18 september de geallieerden bij Eerde voorlopig uit te wijken naar Veghel. Ook bij de tweede serie luchtlandingen op 18 september moesten de para’s zich meteen verweren tegen Duitse gevechtstroepen, die vanuit Den Bosch in de richting St.-Oedenrode en in de richting Veghel opereerden. Er zat in deze acties weinig verband. Waarschijnlijk had het Duitse opperbevel in deze fase geen helder inzicht in de situatie.

‘Luchtlanding in Brabant', uit ‘Four stars of Hell' door Laurence Critzbek (New York); Het Huisgezin, 23 oktober 1954.   In Veghel had de feestviering op 18 september zijn normale verloop. De mannen van de ondergrondse waren er talrijk. De geallieerde troepen konden over vrijwel alles inlichtingen krijgen, zelfs over de binnenlandse toestand in Duitsland. De ondergrondse gebruikte het stadhuis als hoofdkwartier en de godsganselijke dag snelden ernstig-kijkenden jongelieden met oranje-banden om hun arm en Duitse geweren over hun schouders in en uit met geheimzinnig boodschappen-in-staatsbelang. De meesten echter mengden zich onder de geallieerde  soldaten aan de overkant van de straat, bij de hotelbar. De landverraders werden uit hun huizen gehaald om kennis te maken met de lang-uitgestelde vergelding. De landverraders werden in het ruim van een schip opgesloten, waar iedereen hen kon bezichtigen. De vreugde in de straten werkte aanstekelijk. Jonge meisjes die sjerpen van parachutezij droegen, vormden kettingen en dansten van blok naar blok, terwijl ze als maar liedjes zongen. Rijzige geestelijken reden op de fiets rond en groetten alles wat maar een Amerikaans uniform droeg. De commandopost van de geallieerden was gevestigd in het huis van een dokter.

 
Doc. GAvB; de foto is gemaakt bij sluis IV en komt uit de collectie van Harrie Vervoort.   18 september 1944: 'De Amerikaanse en Engelse troepen staan voor Eindhoven.'

19 september 1944: 'Deze troepen trekken van Eindhoven door de gemeente Veghel. Eenieder liep of fietste naar sluis IV waar deze troepen passeerden. Heel den dag verzetten de Duitse troepen zich aan de zijkanten van de Corridor. Vanuit Eerde, Keldonk en de Erpse weg werden de Amerikaanse en Engelse troepen aangevallen.'

Graard van Boxmeer, 19 september: 'In 1 uur tijd kwamen over ons volgens de radio zo'n 550 vliegtuigen.'

 
Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 216-218, 225.  

Het is fantastisch. Juichend en zwaaiend staat de bevolking de gehele dag langs de wegen, waar de colonne doorheen trekt. Hossend en zingend trekt de mensenmassa door de straten. De parachutisten worden er bij betrokken, of ze willen of niet. Het is feest. Plotseling verschijnt de harmonie. In optocht gaat het met muziek door de vrije Veghelse straten.

 

Brabants Dagblad, 29 september 1994.  

De “corridor” was een feit, maar nog lang geen voldongen feit. Bij Best en Son moest bitter gevochten worden om de doorgang open te houden. Dat kostte driehonderd Duitsers het leven.

In het algemeen slaagden de geallieerden er in hun posities bij Eindhoven en St.-Oedenrode te handhaven en bij Eerde een sterke defensieve stelling op te bouwen. Aan een confrontatie met de vijand hadden de geallieerden geen behoefte, zolang de corridor niet bedreigd werd. Maar daar ontkwamen ze niet aan. Nog op dezelfde 19e september kreeg een in Veghel achtergebleven bezetting een Duitse aanval vanuit het zuidwesten af te slaan.

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 219.   Diverse keren worden die dag groepen krijgsgevangen gemaakte duitse militairen Veghel binnegebracht. Vanaf 20.00 uur zijn de straten in Veghel verlaten door de bevolking. Dit, op verzoek van kolonel Johnson. Rond half negen in de avond waren er zuidelijk van Veghel vliegtuigen te horen. Even later was er boven Eindhoven een oranje gloed te zien, welke ontstaat door de grote oranje lichten, welke in de lucht hangen. Dan klinken er geweldige ontploffingen. De Duitsers bombarderen Eindhoven. Plotseling klinken de vliegtuigen heel dichtbij Veghel. Men duikt de schuilkelders in. Dichterbij klinkt geweervuur.

Verteld door Janus van Nunen op 15 april 2007.  

Ook bij ‘de Rijke’ van Nunens lagen Engelse en Amerikaanse soldaten ingekwartierd. Janus van Nunen: “We hadden een planken zolder, daar lagen wel vijftig Amerikanen ingekwartierd. Twee grote bazen zaten in de achterste kamer. Er werd gekookt in een grote pot op stal, het leek wel een soort kanon. Ook andere soldaten uit de buurt kwamen bij ons eten halen. Bij de meeste boeren zaten er zeven, bij ons vijftig. De koei waren buiten. Op stal stond een tafel om te eten. In een hoek zaten de bazen over een landkaart gebogen. Toen wij daar aankwamen werd de kaart opgevouwen. Dat gebeurde twee keer, toen zei ik tegen onze Johan: “Hier moeten wij niet meer komen.”

‘s nachts reden ze met een jeep rond het huis. De bazen wilden in in bad. Wij gingen nooit in bad. We staken alleen maar af en toe onze kop in een emmer water. In de fornuisketel werd water heet gestookt. Er werd een houteren kuip in bakhuis gezet en ze waren tevreden. Ze gebruikten nooit onze WC. Ze hadden zelf een WC boven de loop gemaakt.

Eindhoven werd gebombardeerd. Het was vanuit ons aan de horizon te zien. Ik ging naar een baas van de soldaten. “Kom eens mee. Eindhoven. Bombs.” Hij haalde zijn schouders op, het maakte hem niks uit. Ik zei: “Kom ‘s mee.” Ik liet hem een stapel zakken zien, en spijkers en een hamer. Ik hield een zak voor raam om te verduisteren. Toen snapte hij het. Vijf soldaten moesten van boven komen. Alles zat zo helemaal dicht. We hadden 32 raampjes in het achterhuis.

 

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 223-225.   20 september: Mannen van de ondergrondse melden de aankomst van Duitse troepen rondom ’s-Hertogenbosch. Kolonel Kinnard wordt met het 1e batiljon richting Den Bosch gestuurd. Hij vermeldt 40 gedode Duitse militairen en neemt 418 gevangenen. Kinnard keert terug met de informatie dat de vijand van plan lijkt om vanuit Schijndel een aanval op Veghel te ondernemen. De ondergrondse bericht dat er Duitse troepen op weg zijn vanuit Helmond richting Gemert.

In Veghel staat de bevolking weer langs de route en kijkt naar die onafgebroken passerende militaire macht. De harmonie is weer present en speelt liederen, die door de mensen worden meegezongen. Iedereen is in afwachting van de Prinses Irene-brigade. Maar het wachten duurt lang, waarna in een vrolijke optocht een serenade wordt gebracht aan burgemeester Eliëns en vervolgens ook aan de Zusters Franciscanessen, die hun 100-jarig bestaan in Veghel vieren. ’s Middags vormt zich een stoet met voorop een portret van Mussert, dat wordt verscheurd voor de ogen van de NSB-ers en anderen die in het schip in de haven zijn opgesloten. Verderop worden groepjes jongelui waargenomen met scharen en scheermessen, ze gaan hiermee verscheidene ‘moffen meiden’ te lijf wier haren worden afgesneden. Onder de feestende massa bevinden zich vele mensen uit omliggende plaatsen, die overigens nog bezet gebied zijn. Na even stilte van de muziek klinkt plotseling uit de luidspreker de boodschap, dat op last van kolonel Johnson alle vlaggen en versieringen moeten worden binnengehaald. Waarom? Dreigt er gevaar? De vlaggen worden van de kerktoren gehaald. Binnen een half uur is het uit met de pret. Degenen uit de omliggende dorpen haasten zich naar huis. Dus toch nog Duitsers hier?

Doc. GAvB.   20 september 1944: 'De tot nu toe bekende stukken en ongelukken zijn: bij onze Jan 2 koeien, H. van Zutphen, 4 koeien, (..) Bij Theodorus van de Boogaard op de Hemel huis gedeeltelijk verwoest. Een zoon zwaar gewond. Janus van den Akker zijn huis licht beschadigd. Vanaf maaandag af in de schuilkelder geslapen, +/- 8 dagen, totaal 11 personen (ook G. van de Rijt). (..) Overal nog Duitsers.'

Verteld door Annie van Asseldonk - van den Hurk op 25 september 2007.    Annie van den Hurk (toen elf jaar): "We hadden een schuilkelder waar we ingingen. Ik had grote schrik. De kleinere broertjes en zusjes hadden er minder erg in en het was een heel gedoe om die stil te krijgen. Ze hielden maar niet stil en eentje moest er ook nog de fles hebben."

Na de bevrijding lagen er ook bij Annie thuis (Jan van de Hurk) soldaten ingekwartierd. Annie: "Ik mocht toen op de knie zitten, dat vond ik toch zo skon. Een soldaat zei: "Jammer dat ze niet ouder zijn." In de Erpse steeg waren ook soldaten. Dina Steenbakkers uit d'Eerd werkte bij Bert Raaijmakers. Zij kreeg drinken van die soldaten in ruil voor een kusje. Dat was de eerste keer dat ik een vrouw een man heb zien kussen."

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 229-232.   21 september 1944: In Veghel komen bij kolonel Johnson berichten over Duitse troepenverplaatsingen. Hij heeft reeds gehoord van duitse plannen om vanuit Schijndel een aanval op Veghel te ondernemen. Maar nu komen ook berichten binnen over een duitse colonne tussen Helmond en Gemert. Johnson wacht niet af. Het is beter de vijand stuk voor stuk aan te vallen, dan af te wachten totdat zij verenigd zijn. Een bataljon wordt verdedigend opgesteld aan de zuid-oost rand van Veghel. Twee andere bataljons krijgt de opdracht in het nachtelijke duister een aanval uit te voeren op Schijndel.

In Veghel gaat de feestvreugde door, terwijl de karavaan van tanks, pantserwagens, trucks, motoren enz. blijft doorgaan. Tegen het middaguur trekt onder grote vreugde de Irene-brigade door Veghel. Dat duurt zo’n 1,5 uur. In de verte hoort men boven het gedreun van de doortocht uit, in de verte ontploffingen en geschutsvuur.

Mva; Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld, collectie Mari Brugmans; mededeling van Ties Habraken op 20 februari 2007; verteld door Nel Rietbergen op 17 december 2007.   De nacht van 21 op 22 september 1944: 'Wij 's nachts in de schuilkelder,' schreef Graard van Boxmeer. 'Om 3 uur 's nachts kwam ook Driek van de Ven en gezin, omdat vanuit Eerde zwaar werd geschoten.'

De familie van
Theodorus Van Asseldonk en Jan Vervoort groeven een gezamenlijke schuilkelder tussen beide huizen in. Het was een gat onder de grond, zo diep dat je er net rechtop in kon staan. Het gat was afgedekt met palen, stro en daarover zand. Theodorus van Asseldonk is daar nooit gaan slapen. Die sliep ondanks de overvliegende vliegtuigen en knallen liever in zijn eigen bed. Het was er druk en Piet van Asseldonk zei na één nacht: "Ik ga in mijn eigen bed slapen. Als het er naauwt ben ik er zo."

Jan van Bakel herinnerde zich dat hun gezin (van Frans van Bakel) onder de duiker van een sloot bij hun huis sliep. Dat was noodzakelijk, want het was niet veilig om in het huis te slapen. Vader Frans van Bakel moest de uiteinden van de duiker met zandzakken afsluiten. Zoon Marinus van Bakel herinnerde zich dat hij en zijn broertje Nico op een morgen zonder toestemming van moeder en vader de schuilkelder verlieten. Ze ontkwamen ternauwernood aan een granaat, die eerst een boom raakte, en daarna op een oud schuurtje dicht bij hun oom Bert terecht kwam.

Hannes Habraken had samen met Toon van Eert een schuilkelder gebouwd. Het was een lage hut van palen, daar op en tegenaan stro, en vervolgens afgedekt met een flinke laag zand. "Het leek een beetje op een mangelwortelkuil," vertelde Ties Habraken. De gezinnen Habraken en Van Eert hebben maar één nacht uit voorzorg in de schuilhut gezeten, toen er in Eerde zo gevochten werd. "Maar op Zijtaart is geen kogel verschoten," aldus Ties.

Nel Rietbergen: “We hadden een schuilkelder voor het huis in de tuin. Daar hebben we dikwijls in gezeten. De buren ook, Haske Kuijpers en zijn vrouw Mietje. Mietje was alijd zo bang. Ook bij onweer, dan kwam ze altijd naar ons.”


Verteld door Annie Berkmortel - Timmers op 21 februari 2006.  

“Op een gegeven moment werd het geweld wat te veel. We zaten in de gezamenlijke schuilkelder tussen Van de Rijt en ons in. Daar lagen ook sieraden en geld, hoewel ons vader ons geld in blikken had begraven. Bij Van de Rijt achter is een granaat ingeslagen en toen zijn ons moeder en wij vieren op één fiets naar de Krijtenburg gegaan, waar we bij ome Hannes van Zutphen één nacht in de schuilkelder hebben doorgebracht. Ook zijn we daarna nog bij Jan Vervoort geweest, maar die schuilkelder zat vol. Ons vader bleef trouwens gewoon op de boerderij.”

Verteld door Marinus van de Biggelaar op 20 november 2007.   Jan van de Biggelaar groef een schuilkelder gegraven naast de huidige kapitein Klapwijkstraat. Daar heeft de familie enkele keren geschuild. Maar stel dat er een tank door deze steeg zou rijden, die zou het hele gat docht rijden met de mensen erin. Toen heeft Jan een nieuwe schuilkelder gegraven achter zijn huis. De familie Marinus uit Eerde heeft er ook een tijd geschuild. Miet Marinus - van van de Zanden was een zus van Dora van de Zanden, de vrouw van Jan van de Biggelaar.

Mededeling van Marietje van de Wijgert - Kanters op 14 januari 2007.   Marietje van de Wijgert - Kanters weet niet wanneer het precies gebeurde. Op een gegeven moment kwam er een jeep met Duitse soldaten met hoge snelheid van Zijtaart afgereden. Even later klonken er schoten in de verte. De soldaten waren toen aan de Veghelse brug doodgeschoten.

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983)232-240; Brabants Dagblad, 29 september 1994.  

22 september 1944: Kort na middernacht wordt de rand van Schijndel bereikt. Om 01.50 uur is Schijndel in handen. Om 10.00 uur zijn de in Schijndel binnengedrongen duitse militairen uitgeschakeld. Honderden duitse soldaten worden gevangen genomen, gewond en gedood. Dan komt het bericht binnen dat de Duisters een zware aanval op Veghel hebben ingezet. Hier is slechts een zwakke bezetting achtergebleven. Alles trekt terug uit Schijndel.

In de vroege morgen zijn door de ondergrondse rapporten gestuurd dat de oostelijke strijdmacht van de Duisters van meer dan 400 voertuigen op weg is naar Veghel. In het westen zijn Duitse troepenbewegingen aan weerszijden van de Zuid-Willemsvaart.

Een klein peleton Amerikaanse troepen is vanuit Veghel bezig te pogen Uden te bezetten. Ze komen rond 11.00 uur in Uden aan. Na hun doortocht doorbreken duitse militairen de weg bij Mariaheide, waardoor de troepen in Uden geïsoleerd worden. Ze worden niet door de Duitsers aangevallen. Kort na 11.00 uur naderen de duitse trucks en tanks op de weg Erp-Veghel. Om 12.15 uur komt het tweede bataljon terug uit Schijndel Veghel binnengereden. Ze rijden richting Uden de Duitsers, die reeds Veghelse wijken binnenkomen, tegemoet. Om 14.00 uur blokkeren duitse tanks de Corridor bij Mariaheide en vernietigen diverse vrachtwagens op de weg. De Duitsers komen steeds dichterbij. Achter de melkfabriek gaan ze dwars het akkerland over, kruisen de Udense weg en laten zich zien aan de Zeven Eikenlaan. Twee Duitse tanks die vanuit richting Uden Veghel aanvallen worden buiten gevecht gesteld. De aanval wordt tot staan gebracht en de Duitsers komen niet verder dan 500 meter van de brug. De vijand wordt teruggedreven naar Mariaheide waar ze de Corridor blijven blokkeren.

Op deze foto staan d
e heer Oomen, leraar van de ambachtsschool en Thomas A. Norwood, kapitein van de parachutisten-engineers. De foto is genomen op 22 september, ’s morgens om 11 uur. Rondom de brug over de Zuid-Willemsvaart is het nog rustig. ’s Middags loopt kapitein Norwood een patrouille, richting Eerde. In de Doornhoek opent een Duitse tank het vuur op de patrouille. Norwood, die voorop loopt, waarschuwt de mannen, maar voor hem is het te laat. Hij krijgt zware verwondingen, wordt de volgende dag vervoerd naar Bussel, maar overlijdt onderweg.

De Duitsers sturen een deel van hun troepen naar Schijndel en 1,5 duits bataljon valt om 14.00 uur Veghel aan via Eerde, tegelijkertijd met het afsnijden van de Corridor, en bereikt de kanaaloever. De Duitse troepen vallen de brug over het kanaal aan vanuit Eerde. Ze hebben de brug onder schot. Er verschijnen Engelse tanks vanuit het zuiden en de duitse strijdkrachten trekken zich wat terug naar het westen. Na deze mislukte aanval op de brug doorsnijden de Duitsers de weg Veghel-Sint-Oedenrode. Nu is de Corridor op twee plaatsen afgesneden. Engelse troepen optrekkend vanuit Sint-Oedenrode slagen erin om na een gevecht van twee uur de Corridor van die kant weer te openen.

Een derde grote aanval wordt door Duitse troepen ingezet in de namiddag vanuit het noorden langs de Zuid-Willemsvaart. Juist voor de spoorbrug wordt de aanval teruggeslagen.

De Veghelaren worden verrast door het uitbreken van het militair geweld. Tientallen huizen gingen in vlammen op, voornamelijk boerderijen waaromheen zich de gevechtshandelingen afspeelden, waarbij de bewoners have en goed verloren. Blussen was onmogelijk. Vrijwel geen enkele kelder of kuil bood afdoende bescherming. Wie het aandurfde, vluchtte naar de kelders van het zusterklooster en het ziekenhuis. Het gierende geluid van de granaten en het doffe gebrom van de mortieren.

Aan het einde van de 22ste september heeft de 101e Airborne Divisie Veghel behouden, ondanks de drievoudige aanval. De bruggen zijn intact gebleven en de Corridor ligt in zuidelijke richting open. De gehele nacht en de volgende morgen is men bezig met het zuiveren van het gebied ten westen van het kanaal van duitse troepen. Voor de volgende dag ligt er de taak om de Corridor in noordelijke richting open te breken.

‘Luchtlanding in Brabant', uit ‘Four stars of Hell' door Laurence Critzbek (New York); Het Huisgezin, 23 oktober 1954; doc. GAvB; Brabants Dagblad, 29 september 1994.   Graard van Boxmeer: 'Op 22 september 1944 begon de strijd in Veghel. Van 22 op 23 september 1944 viel de grote slag op 't Havelt met Duitse en Engelse tanks (..) overwinning van de Engelsen.'

De Duitsers wierpen bij Erp hun beste troepen met een geheel regiment tanks in de strijd met het doel Veghel te heroveren. Dat mislukte. De infanteristen, later geholpen door de Britse artillerie brachten hen tot staan in het open veld tussen Veghel en Erp. Brandende voertuigen verlichtten de velden rondom Veghel.

Vanwege deze veldslag moest Schijndel worden prijsgegeven. De terugkerende Duitsers sloegen meteen aan het plunderen en vorderden de mannen om spitwerk te doen voor de Duitse verdediging. Veel Schijndelaren vluchtten naar omliggende plaatsen. Anderen bleven thuis in de kelder en werden pas eind oktober bevrijd.

‘Luchtlanding in Brabant', uit ‘Four stars of Hell' door Laurence Critzbek (New York); Het Huisgezin, 23 oktober 1954.   Tegelijkertijd met de Duitse aanval vanuit Erp was er een artillerie beschieting op Eerde die een half uur duurde. Daarna stormden de vijandelijke tanks Eerde binnen. Kolonel Johnson verplaatste zijn commpandopost van Veghel naar een boerderij aan de rand van Eerde in de buurt van een wei waar dode koeien lagen. Veel soldaten sliepen op stal, waar ook een jong varken in een hok zat. Dat varken brak een keer los en kwam tussen de soldaten doorgelopen. De geallieerde troepen hadden er een heel werk aan het varken weer te vangen. Vanwege het Duitse artillerievuur (in Eerde viel zowat één granaat per minuut) werd de bovenverdieping niet gebruikt.

 
Verteld door Dina van Nunen op 15 april 2007.  

Dina van Nunen: “Op Soffelt werd niet gevochten. In Veghel wel heel erg. We zaten op zaterdagmorgen te melken in het veld. De koei hadden we los. Toen schoten ze op de brug op Keldonk. Er klonk een enorme klap. De koei waren vertrokken, die renden weg. Daar zaten we met onze emmer in het veld.”

 

Brabants Dagblad, 29 september 1994.   De volgende dag, 23 september was relatief rustig. In de Duitse aanval zat niet veel fut meer en een actie ten zuiden van Veghel werd na het verlies van maar één tank gestaakt. Britse grondtroepen, terugkerend van het gebied Grave-Nijmegen, hadden er weinig moeite mee de corridor weer te openen. De Duitsers die de vorige dag uit de richting Deurne waren aangerukt, kozen de weg terug uit angst te worden afgesneden.

Herinnering van Graard van Eert verteld op 23 februari 2007.   Graard van Eert ging toen naar de meid op het Havelt (dat was Jans, dochter van Tinus Zomers aan de Kreugestraat). Doruske van Sleeuwen vree toen met Jans van den Oever. Er was gevochten op het Havelt en Graard en Doruske gingen op de fiets kijken. Graard vertelt: “Veel boerderijen stonden er in brand. Hier en daar lag een lijk en dooie koeien. Bij de Driewegenschei stonden twee tanks tegenover elkaar, de doden zaten er nog in, hoorden we. Mijn schoonfamilie kwam net aanlopen. Ze vertelden hun verhaal. Mijn schoonmoeder (Zomers) was met haar moeder, twee dochters en een zoon een dag tevoren uit de schuilkelder verdreven. Een Duitse soldaat gooide zijn helm naar binnen om zich over te geven. "Alles gansch kaput!" zei hij. Ze moesten er toen uit (moeder, zoon en drie dochters) en zijn met moeite op Boekel heen gevlucht, samen met buurman Piet Verbeek. Tussen Erp en Boekel mochten ze ergens bij andere mensen in de schuilkelder. De kinderen moesten een schuilkelder voor zichzelf graven. Bij Zomers ging ondertussen buurman Bertje van Stiphout hun schuilkelder in. Daar werd toen midden tussen al het volk een baby geboren. Die werd door de soldaten naar het ziekenhuis gebracht. De boerderij van Zomers was niet afgebrand, maar er was geen eten meer in huis. Jans is toen met mij mee naar de Krijtenburg gefietst om eten te halen. Ze kon niet meer terug, want op dezelfde dag deden de Duitsers weer een aanval vanuit de richting Sint-Oedenrode naar Nijmegen waar het Tweede Engelse leger naar toe trok. Toen is ze bij ons op Krijtenburg in de schuilkelder gebleven. Het Duitse leger kwam vlak naast ons huis getrokken. Na een paar dagen kon Jans weer naar huis met het nodige voedsel."

Brabants Dagblad, 29 september 1994.   Op 24 september drongen sterke Duitse troepen ten westen van Veghel op in de zandvlakten van Eerde. Ze troffen daar een naar verhouding niet al te sterke geallieerde gevechtsgroep, die maar over drie tanks beschikte. Deze werden kapot geschoten. De geallieerde commandant wilde zich daarom nog niet gewonnen geven. Er ontwikkelden zich gevechten van man tegen man, waarbij de dood niet meer leek te tellen. Tientallen Duitsers werden op de vlucht gejaagd en vijftien gedood. Eerde was een hel. De kerktoren, belangrijk strategisch uitkijkpunt, kreeg verscheidene Duitse salvo’s te verduren. Een voltreffer op een munitieauto deed de torenspits omlaag storten en maakte vele doden. Bij inspectie van de kerk bleek daar geen levende ziel te bekennen, maar afgaande op een mompelend geluid vond men daar in de kelder veertig biddende mensen. Tot overmaat van ramp overrompelden Duitse parachutisten die dag bij Koevering een Brits konvooi, waardoor de corridor nog weer eens geblokkeerd werd, en versterkten de Duitsers ’s nachts hun positie bij de blokkade met tanks, raketinstallaties en infanterie.

Brabants Dagblad, 29 september 1994.   In de stromende regen, om drie uur in de nacht van 25 september, trokken drie batiljons geallieerde troepen vanuit Uden naar Veghel om bij Eerde de blokkade van de corridor aan te vallen. In Veghel opgesteld geschut maakte de weg vrij, maar de troepen stuitten op toenemende Duitse weerstand, met name van Duitse tanks die zich langs de route ingegraven hadden. Twee geallieerde batiljons moesten de strijd staken. Om 2 uur ’s middags werden ze afgelost door een reserve-batiljon, en nu met ondersteuning van tanks. Van twee kanten werden de Duitsers nu op de corridor ingesloten en grotendeels weggejaagd in de snel invallende duisternis. Deze dag gaf de mensen in en om Veghel meer te verwerken dan ze aankonden. Van over het kanaal schoten de Duitsers recht in de Hoogstraat. Tal van panden moesten treffers incasseren. Geen enkel huis bleef onbeschadigd. De straten waren bezaaid met puin en glasscherven. Talloze granaten teisterden grote gebouwen zoals de kweekschool en het klooster van de zusters.


gesprek met zuster Theodosia van Asseldonk op 14 november 2004.   Zuster Theodosia woonde in het klooster van de Franciscanessen in Veghel: "Met de bevrijding, toen was ik voort in de verpleging, toen hebben we meer meegemaakt, want toen kwamen al die gewonden. Toen hebben we wel hard moeten werken. Ja, heel veel gewonden kwamen er. Op een gegeven moment kwamen er veel uit Eerde, daar van de Wilbertshoek. Vissers was neergeschoten, een broer van Harrie Vissers, waar ons Nel mee getrouwd is geweest. Wilbertshoek was allemaal afgebrand, dat was toen heel erg. En die mensen kende ik allemaal, omdat ik bij ons Nel gewerkt heb. En toen was ik nog niet helemaal geslaagd, maar toch wel in de verpleging voort. Dus wij moesten eigenlijk dag en nacht werken. We zijn ooit in een heel week niet naar bed geweest. En je had geen tijd eigenlijk om bang te zijn. De patiënten lagen allemaal in het souterain. Boven was het kapot geschoten bij Sint-Jozef. De gewonden lagen onderhand voort in de keuken en ze lagen overal. Maar ja, dat heb ik ook weer overleefd."

PA Zijtaart, doopboek.   Op 25 september 1944 kreeg Theodorus Gerardus Joannes van Boxmeer, zoon van Hendricus van Boxmeer en Maria Huberta Dobbelsteen wegens oorlogsgevaar een nooddoop te Lieshout. Op 5 oktober 1944 werd hij in Zijtaart herdoopt.

Verteld door Janus van Nunen op 15 april 2007.  

Janus van Nunen: "Die soldaten waren ook maar jongelui. Die wilden graag bij ons binnen zitten. Mondje dicht deed ik met een vinger tegen mijn mond. “Kom maar mee.” Dan zaten ze bij ons en dan moesten ze ook mee het rozenhoedje bidden en aardappelen schillen. Ze zagen geen vader. Eentje tekende een doodskist met een kruis er op. “Father?” Wij knikten: “Ja”.

Na drie dagen kwamen er weer andere soldaten, dan werden ze afgewisseld. Ze gingen naar het front vechten, naar Arnhem. Op een keer kwamen ze aanrijden met een grote zog voor op de jeep. Die hadden ze aangeschoten en die werd kort gemaakt. Piet van de Linden, onze buurman, vroeg, “Gort, zouden wij er ook niks van krijgen?” Ze konden vlees komen halen en wij kregen ook gedures wat. Bij ons op stal hadden we veel appels in de koebak liggen. “Eet maar op,” zeiden wij, “er zijn er zat.” Daar waren ze gek op. Dan kregen we chocolade en sigaretten zoveel als we maar wilden. Ik was geen roker maar we konden er zoveel krijgen als we wilden.

Ze waren van verschillende afkomst. Er waren Engelsen met schotse rokken aan, een groepke protestanten, die hadden op zondag mis in de bogert. Er waren ook katholieken. Bij de put stonden twee grote essebomen, daar stond ook altijd een groep van een of ander geloof. In de Heisteeg lag een troep met helmen met een doodshoofd er op. Die hadden ‘t op Pruisisch goud. Wij hadden een gouden hartje, daar hadden ze ‘t op. En op hennen, als die maar hennen te eten kregen. Dat waren ook Amerikanen, stoottroepers."

 

Verteld door Harrie van Asseldonk op 25 september 2007.   Harrie van Asseldonk: "Een week na de luchtlanding stonden er tanks van de geallieerde troepen rond ons huis opgesteld (huidig adres: Weievenseweg 42). Bij ons thuis waren grote mannen, de staf, gelegerd. Die regelden van alles. Er stonden gevechtswagens en er stond ook een keukenwagen. We kregen er kwatta's van en ons vader ook sigaretten. Met verrekijkers keken ze over de velden uit naar Duitsers. Die hebben toen ook duitse krijgsgevangenen gemaakt."

Verteld door Piet van de Tillaart op 28 juni 2007; foto: collectie Liesbeth Vssers - Van de Tillaart.   Op defoto staan soldaten ingekwartierd op Hoeve Corsica. Piet van de Tillaart vertelde: “De middelste soldaat ik ben zijn naam even kwijt, dat was zo’n doetje een. Ons vader was ham aan het snijden. Hij wou die ook op de boterham. Hij vroeg aan ons vader: “Hebt u die ham zelf gemaakt.” “Nee,” had Tinus geantwoord, ”dat laat ik ’t varken doen.” Iedereen lag dubbel van het lachen.”

Verteld door Piet van de Tillaart op 28 juni 2007; de datums van doop en begravenis komen uit het parochiearchief van Zijtaart; foto: collectie Liesbeth Vssers - Van de Tillaart.  

Piet van de Tillaart vertelt: "De Engelsen die bij ons op Hoeve Corsica waren  hadden van die Hauwitzers krombaangeschut. Rond 25 september kregen ze het bericht dat er bij de kanaal aan de verbreding nog Duitsers zaten. Toen hebben ze vanaf ons erf geschoten. Er gingen van die grote hulzen in dat kanon. Daar deden ze elke keer een bos kruit in, van die staafjes. Ze knoeiden er nogal mee, en onze Adriaan verzamelde dat kruit, samen met zijn vriendjes Jaske van Erp en er was er nog eentje meer bij. Dat waren toen jong van een jaar of dertien. Ze stopten het kruit achter hun blouse. De Engelse soldaten kookten hun eten in potten op kerosine, en de jongens stonden daar bij te kijken. “Adriaan ! Eten!!” werd er geroepen. Onze Adriaan struikelde en viel toen op die pot met vuur. Een grote steekvlam, al het kruit achter zijn blouse ontplofte. Ik zie hem daar nog liggen. Ons vader was er als eerste bij en probeerde het vuur uit te maken. Dat kreeg hij ook uit, met hulp van die engelse soldaten.

Onze Adriaan was vreselijk verbrand. Bij Driekoom Biemans zaten ook soldaten. Een van die Engelsen werd er bijgeroepen. Die wreef wat en prevelde wat en de pijn was weg. Onze Adriaan werd kalm. Hij is toen door ons vader direct naar het ziekenhuis gebracht. Dat was levensgevaarlijk want er werd nog veel geschoten. Onze Tjeu, mijn oudste broer, lag al in het ziekenhuis, hij had een scherf van een granaat door zijn bovenarm gekregen. Adriaan kwam naast onze Tjeu op dezelfde kamer te liggen. We konden er daags erna niet naar toe, omdat er nog veel geschoten werd, maar Adriaan is toen ’s anderdaags om 3 uur ’s middags gestorven. Onze Tjeu vertelde dat Adriaan goed bij bewustzijn was toen hij stierf, en dat hij zonder pijn gestorven is. Het was de tweelingbroer van onze Harrie. Onze Harrie leeft nog. Toen had je nog geen brandwondencentrum en zoiets allemaal.” Adriaan werd op 29 september 1944 in Zijtaart begraven. Hij was geboren op 23 augustus 1931.

 

Verteld door Nel Rietbergen op 17 december 2007.   In 1944 brandde de bergplaats van het ouderlijk huis van Nel Rietbergen - Thijssen af. Haar bejaarde vader, Toon Thijssen, woonde daar toen met zijn jongste dochter Gerarda (die trouwde met Egidius van Kessel). Nel vertelt: “Na de bevrijding waren er Engelsen bij ons gelegerd. Die waren ‘s avonds buiten thee aan het zetten. Engelsen, dat zijn van die theedrinkers. Maar er mocht buiten geen licht te zien zijn, en toen er vliegtuigen overkwamen gingen ze hals-over-kop naar binnen, de schuur in. Daar goten ze opnieuw benzine of zoiets over de brander. Dat veroorzaakte een grote steekvlam tot boven aan het dak. Het hooi vloog in brand. Er lagen al soldaten in het stro te slapen en iedereen moest als de bliksem naar buiten. Met een auto moesten ze bluswater gaan halen in het kanaal. Ze klommen ook op de nok van het dak om de gording door te zaken. Daardoor viel het dak omlaag op het hooi en dat doofde het vuur. Daardoor is het voorhuis gespaard gebleven. Er is nu nog een zwarte schroeiplek op een balk te zien. Nee, dat was niet zo leuk. Hendrik was nog bij de brand wezen kijken.” Het duurde enkele jaren voordat het afgebrandde deel hersteld werd. In 1948 erfde Hendrik Rietbergen het huis en verhuisde hij vanuit Zondveld daar naar toe. In 1950 herbouwde hij het stalgedeelte.

Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld, collectie Mari Brugmans.   Tonnie van Bakel herinnerde zich een voorval dat zich gedurende de oorlog voordeed bij haar ome Bert en tante Tonia. Er waren blijkbaar Engelse soldaten ondergebracht op boerderijen en sommigen van hen hadden teveel gedronken. Een soldaat rende achter tante Tonia aan en toen ze opzij sprong liep hij recht in een gierkelder.

Geallieerde soldaten gooiden kauwgom en repen chocolade uit hun jeep. Maria van Bakel vertelde dat ze het jammer vond dat ze zo jong was toen de Amerikaanse soldaten bij hun in huis verbleven, want een kusje was nogal wat chocolaatjes waard.


Verteld door Annie Berkmortel - Timmers op 21 februari 2006.   "Ik heb in het najaar van 1944 mijn been gebroken en ons moeder (Tonia Timmers - van Asseldonk) die vervoerde me regelmatig per kruiwagen naar een Engels kampement dat zich bevond achter onze mestvaalt. Dan mocht ik de hele dag in zo’n groene tent liggen. Ik vond dat geweldig." Ook bij Jas Vervoort in de schuur waren Engelse soldaten gelegerd. "We kwamen daar altijd voorbij als we naar school gingen en hadden zo’n schrik, vooral van het starten van die motoren."

"Bij Jas van de Tillaart stond een Engels kanon op de plak. We haalden daar van die ronde zakjes met fosforstokjes vandaan. Dat spul brandde goed en we hebben daar nog jaren de kachel mee aangemaakt."

"Wat ik nooit vergeet is het geluid van overvliegende V1’s. Dat was zo’n fluitend geluid en ons was verteld, dat als het fluiten op zou houden ze naar beneden zouden komen. Ik kan me niet herinneren dat er hier in de buurt ooit een naar beneden is gevallen. Onze buurman, Johan van de Rijt, had zo’n schrik van die dingen. Die rende altijd het binnenveld in."

Brabants Dagblad, 29 september 1994.   Op 26 september een keer in de situatie. De Duitse troepen namen ten slotte de wijk in noordelijke richting. De corridor van Valkenswaard naar het noordoosten, die in totaal zo’n dag of zes geblokkeerd was geweest, lag open maar het duurde nog uren voor de geallieerden alle mijnen hadden opgeruimd waarmee de Duitsers de weg hadden verziekt. Pas om één uur in de namiddag kwam het verkeer op gang: een enorme stoet van vrachtwagens, gescondeerd door geniesoldaten, die de smalle “Hell’s Highway” met ijzeren platen verbreedden. Maar de doorbraak naar het noordoosten, die bij Veghel zo moeizaam was bevochten, bleek nog diezelfde 26ste september een diepe teleurstelling voor de geallieerden op te leveren. De laatste luchtlandingstroepen bij Arnhem waren gevlucht of hadden zich overgegeven. Verder dan Nijmegen kwamen de geallieerden niet.

Dr. Frans Govers, Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983) 263.   Na 26 september beperkten de Duitsers zich ertoe om het drukke verkeer op de weg zoveel mogelijk te verstoren. De amerikaanse parachutisten vertrokken uit Veghel om elders te gaan vechten. Er bleven nog Britten achter.

Doc. GAvB.   Graard van Boxmeer: 'Tot 31 september 1944 bij dag veel tijd in de schuilkelder, maar 's nachts altijd. Zeer zware dagen, zwaar kanonvuur, mitrailleurvuur en granaten vlogen over ons heen.'

2 oktober 1944: 'In Eerde was de slag nog erger. (..) Op 't Havelt veel koeien en paarden dood. In Eerde ontzettende verwoesting.'


Verteld door Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.

 

Piet van de Tillaart vertelt: "Bij de bevrijding is er gruwelijk gevochten in ‘t Wijbosch Broek. Daar woonde Harrie Ruijs. Die was gevlucht. Anna, zijn vrouw, was hoogzwanger, en is toen onderweg in Eerde in een sloot bevallen. Toen kwamen ze bij ons aanzetten met die kleine en nog twee kinderen, Jan en Dineke. Harrie en Anna zijn toen een paar weken bij ons geweest, en Jan en Dineke zijn zo’n acht-negen maanden gebleven.

Op een gegeven moment werd het wat rustiger en Harrie Ruijs vroeg aan mij: “Ga eens mee kijken of mijn huis er nog staat.” Wij er naar toe. Nou, ik heb nog nooit zo’n slagveld gezien. Geen huis, geen kippenkooi stond nog overeind. Er lag geen steen meer op een andere steen. Overal lagen doden, de loop lag tot boven toe vol met lijken. Een dode soldaat zat tegen een boom met zijn pasternoster nog in zijn hand. Er lag een soldaat zonder benen met een foto in zijn hand, ik weet niet meer wat voor foto, van zijn vriendin, of van thuis. De lijken waren al verkleurd, die lagen er al een paar dagen. De dode paarden en koeien waren opgezwollen. Die lagen met dikke buiken in de wei. Er stonden biezenstruiken en die was op een halve meter hoogte helemaal afgemaaid door een clusterbom, of kettingbom. En het was doodstil. Zo akelig stil. We hebben al tijd niks tegen elkaar gezegd. Geen vogeltje floot, heel de natuur was stil. We zijn zwijgend naar huis gegaan. Ik heb er nog heel lang niet over kunnen praten." Piet raakt nog wat aangedaan nu deze beelden weer bovenkomen.

"
Daar woonde ook familie van mijn moeder, een Biemans, en die had niks meer, alleen een veldje met bieten was er overgebleven. In de herfst gingen wij er die bieten ophalen. Saaike Fiep uit Eerde reed met de romkaar over dezelfde weg en reed toen op een landmijn. Het hele span vloog de lucht in en Saaike was dood. Wij hadden al drie keer met de hoogkaar over dezelfde weg gereden. We hebben geluk gehad. Misschien dat Saaike uit het karrespoor heeft gevaren."

Doc. GAvB.   Van 5 tot 7 oktober 1944: 'Nog hevig kanongebulder vanuit Gemert, Helmond en Eerde.'

Van 12 tot 15 oktober 1944: 'Nog uit vele plaatsen hoorde men de kanonnen bulderen, zoals Boxtel en Tilburg.'

 
Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld, collectie Mari Brugmans.   Op een dag stuurde Maria Bressers, die bij Frans van Bakel ondergedoken zat en er eind 1944 nog woonde, een Duitse soldaat die verdwaald was recht naar de geallieerde zone. Twee dagen later kwamen de Duisters met hun geweren in de aanslag om haar te halen. Frans van Bakel was erg zenuwachtig, omdat zijn kinderen er allemaal bij waren en hij wist niet wat de soldaten zouden doen. Een tijdje later werd Maria weer vrij gelaten.

Zoontje Theo van Bakel, geboren op 1 september 1941, dronk heet water uit de tuit van de ketel die op de kachel stond te koken. Hij herinnerde zich onderduiker dat Henk Nieboers hem kwam bezoeken toen hij in het ziekenhuis lag.

In 1920 kreeg moeder Hendrika van der Zanden voor haar zeventiende verjaardag een lange gouden ketting met een gouden horloge, grote gouden oorbellen, een gouden broche en een grote haarspeld. Nu de oorlog afgebroken was, kwamen veel naar geld hongerende mensen langs de deur op zoek naar goud, Ze vroegen moeder of ze haar sieraden mochten zien, maar moeder weigerde dat. Vader moedigde moeder aan om haar gouden sieraden te laten zien en toen ze die zagen, deden ze natuurlijk alles om haar om te praten. In ruil ervaar kreeg ze een horloge voor Corrie. Dit was een ruil waar Hendrika altijd spijt van gehad heeft.

Herinnering van Graard van Eert verteld op 23 februari 2007.   Graard van Eert herinnert zich dat hij met de romkaar reed, en dat er net over de hoge brug aan de linkse kant een granaat insloeg en ontplofte. “Het paard verschoot. En ik ook.” Een paar stappen verder sloeg een granaat in aan de rechtse kant, bij het oude zwembad. “Wij waren toen al bevrijd. De Duitsers schoten toen vanuit Schijndel.”

‘Luchtlanding in Brabant', uit ‘Four stars of Hell' door Laurence Critzbek (New York); Het Huisgezin, 23 oktober 1954.   Aan de westzijde van de Corridor hadden de geallieerde troepen begin oktober een aaneengesloten front gevornmd in de linie Oss – Veghel – Best. Achter dit front stonden nieuwe troepen gereed om Den Bosch en Tilburg in te nemen. Op 23 oktober werd Schijndel ingenomen. Daarna werd Den Bosch bevrijd.

Doc. GAvB.   21 oktober 1944: 'Hevig geschoten, Duitse vliegtuigen in de lucht.'

22 oktober 1944: 'Een 2-ledige luchtaanval op 's-Hertogenbosch.'

23 oktober 1944: 'Nog 6 km van Den Bosch. Hier brandde de strijd los om Den Bosch, geweldig kanongebulder vanuit Eerde, Schijndel en Dinther. Dit alles gericht op 's-Hertogenbosch.'

26 oktober 1944: 'Bij ons alle gevaren geweken.'

Intervieuw met Jaantje van de Ven - van Sleeuwen op 28 februari 2007.   De vrouwen, oude van dagen en kinderen moesten weg uit Lent bij Nijmegen, de jonge mannen moesten blijven. De familie Ibis, een vader, moeder en dochter waren bij Toon Kanters ‘gedumpt’. Daar aten ze allemaal uit dezelfde pot op tafel. Dat vond de dochter vies en ze wilde er niet meer blijven. Ze ging op een koffer langs de weg zitten. Jaantje van Sleeuwen vertelt: “Meester Rooijakkers kwam toen bij Toon van Sleeuwen aan om te vragen, of wij ze niet wouen vatten. Zo zijn die toen bij ons gekomen.”

Doc. GAvB.   Aantekening van Graard van Boxmeer van 12 november 1944: 'Het water zeer hoog, doordat de duikers overal in elkaar zijn gereden door de tanks. Bij ons achter de schop stond de weide voor 1/3 deel onder water. Een varken geslacht, kon bijna niet uit de schop door de hoge waterstand.'

Verteld door Jan van Zutphen op 27 februari 2007.   Ook bij Hannes van Zutphen waren Engelse soldaten ingekwartierd. Ze dobbelden om sigaretten. Een van die soldaten had alles gewonnen, heel zijn helm vol sigaretten. Hij schudde ze om op tafel. Voor ons. "Ons vader rookte niet. Onze Theo en ik waren de man, we rookten ze gelijk op. Zo zijn we aan het roken geraakt," vertelde Jan van Zutphen, toen 14 jaar. 

Doc. GAvB.   Op 14 december 1944 had Zijtaart voor het eerst sinds de invasie weer electriciteit.

23 december 1944: 'Vele V1 bommen kwamen over Brabant. (.,) Van 20 tot 24 december 1944 waren de berichten zeer slecht.'

Het prentje komt uit de collectie van Erna van den Elsen, Boxtel.   Spotprent gedrukt bij het vertrek van de Canadese en Amerikaanse soldaten uit Veghel in december 1944. De Volgens de prent werd het vertrek door de plaatselijke meisjes betreurd. "Tommy Tjoklat" betekent "Tommy Chocolade".

Bouwstijlen - Thema's - Groei - Organisaties - Veldnamen
Afkortingen - Toelichting verenigingen - Toelichting Huizen - Toelichting Kroniek - Downloads