|
BHIC, Kanton Veghel toegangsnummer 42, inv. nr. 8, rol 2190. |
|
Bert Goorde Vervoort woonde op
Zondveld. Zijn
vader Godefridus Vervoort was cipier van de gevangenis in
Veghel. Dat belette Bert niet om als illegale kwakzalver te
werken. Martinus Vervoort, een zoon van Berts broer Johannes,
kwam ook met justitie in aanraking en wel voor belediging.
Op
24 juli 1865 ’s avonds om een uur of acht waggelde Martinus
Vervoort beschonken de oude Veghelse kerk binnen. Daar was
Martinus van Rijbroek zand aan het zeven. Van Rijbroek had de
oude kerk gehuurd als opslagruimte. Vervoort zag dat Martinus
van Rijbroek een hoofddoek om had tegen het stof. Hij leek wel
een vrouw.
"Verdoemde scheele hoer, gij zift goed",
gekscheerde de bezopen Vervoort, en:
"Schei uit, verdomde scheele hoer."
Hij voegde er met zijn zatte kop aan toe:
"Ik heb vijf malen op je wijf gelegen en mag ik ze nog eens
naaien."
Van Rijbroek zei geërgerd:
"Ga maar naar Dien Quant."
Dat was een bekende vrouw in Veghel met een minder goede naam.
Van Rijbroek was beledigd en diende een aanklacht in. Zijn
vrouw, Mechelina Swinkels verklaarde desgevraagd dat er geen
sprake was van overspel met Martinus Vervoort.
|