Foto's Huizen Kroniek

Kroniek van het jaar 1845


BHIC, toegang 7698 inv. nr. 126, burgemeestersregister Veghel d.d. 10-3-1845  

Johannes Laurens van de Rijdt (nu adres Pastoor Clercxstraat 12) ontdekte dat er in de nacht van 9 op 10 maart 1845 zeven zijden of vierendelen gerookt varkensvlees uit zijn huis was ontvreemd. Het vlees had een waarde van f.36,- .  Het gat in de wand van zijn huis was met een scherp voorwerp erin gesneden.

BHIC, toegang 7698 inv. nr. 126, burgemeestersregister Veghel d.d. 24-5-1845   Bij Piet Vogels, landbouwer, 52 jaar, wonende op het Zondveld (nu: Krijtenburg 22) werden uit diens schuur twee mud aardappelen, twee slaaplakens van grof linnen, een wit katoenen deken, een linnen deken en een kaffe […?] van linnen gestolen.

BHIC, toegang 7698 inv. nr. 126, burgemeestersregister Veghel d.d. 14-6-1845    

Adriana van Hommel, weduwe van Johannes Keijzers, kroeghoudster in de Kempkes verklaarde: Op 10 juni 1845, ’s middags rond 6 uur kwam haar 7-jarige zoon Peter bont en blauw en schreeuwend van de pijn binnen.  Hij had die dag als koewachter zijn werk gedaan in het zogenaamd Kempkes broek. Hij zag een eend zwemmen in de sloot, maar ook het hondje van Peter zag de eend en ging er blaffend achteraan. Ons koehoedertje liep met zijn hondje mee. Hendricus Vermeulen, die boerde en woonde op de Kempkes, zag het en pakte een stuk hout en sloeg onze Peter op armen en buik. Twee meisjes, Petronella en Arnoldina Vervoort (12 en 14 jaar) zagen wat er gebeurde.

Het zoontje huilde naar huis. De moeder toog op hoge poten naar de Kempkes om Vermeulen aan de tand te voelen. Ze ging voor Henricus staan en vroeg: “Is uw eend weer thuis? Ik ben hier gekomen, om wanneer hij vermist is u dezelfde te betalen”.
Henricus Vermeulen zei daarop: “Ze is weer terecht.
De weduwe: “Gij hebt mijn jongen grondig geslagen.
Vermeulen: “Ja dat heb ik, maar ik was zeer boos en dan doet men soms iets waarover men naderhand berouw heeft”.

Bij het tweetal stonden Willem Verhoeven en Theodorus van der Heijden, meerderjarige manspersonen, tegen wie de weduwe zei dat ze hun als getuigen zou nemen en ging vervolgens weer naar huis. Ze rapporteerde het voorval aan de burgemeester.

BHIC, toegang 7698 inv. nr. 126, burgemeestersregister Veghel d.d. 27-11-1845   Johannes van den Hurk, 30 jaar, en Peter Bartel van de Rijt eveneens 30 jaar komen meldden aan de burgemeester dat Johanna Oppers, 20 jaar, die bij haar broer Wouter inwoont (huidig adres: Zondveldstraat 13), is verdronken in een sloot. Johanna was ‘s avonds met haar spinnenwiel onder de arm naar haar buurvrouw, de weduwe van Bartel van de Rijt, gegaan om daar te gaan spinnen (huidig adres: Krijtenburg 26). Het huis van de weduwe staat een 50 passen van haar huis. Na een uur gaan de huisgenoten van Johanna naar de weduwe en ontdekken dat Johanna daar niet is. Ongerust gaan ze zoeken en vinden haar tegenover het huis in een diepe sloot vlak bij het toegangshek. Ze hing levenloos gedeeltelijk boven het water met het spinnenwiel naast haar op de oever

Heelmeester van der Loo deed de dag daarop een lijkschouwing en de burgemeester schreef in zijn requisitoir dat omstreeks zeven uur in de avond Johanna verdronken is in een sloot op het gehucht Zondveld.

Bouwstijlen - Thema's - Groei - Organisaties - Veldnamen - Attestaties
Afkortingen - Toelichting verenigingen - Toelichting Huizen - Toelichting Kroniek - Downloads